Vertaling van bear

Inhoud:

Engels
Nederlands
to bear, to produce, to yield {ww.}
opleveren
afwerpen
opbrengen
voortbrengen

I bear
you bear
we bear

ik lever op
jij levert op
wij leveren op
» meer vervoegingen van opleveren

to bear, to give birth to {ww.}
teweegbrengen
bevallen 
baren 
het leven schenken
voortbrengen

I bear
you bear
we bear

ik breng teweeg
jij brengt teweeg
wij brengen teweeg
» meer vervoegingen van teweegbrengen

bear {zn.}
beer  [m]
How long does a bear sleep?
Hoe lang slaapt een beer?
The bear ran after me.
De beer rende achter me aan.
to abide, to bear, to endure, to put up with, to suffer, to sustain, to ail {ww.}
lijden 
uitstaan
velen
doorstaan
ondergaan
verdragen 

I bear
you bear
we bear

ik lijd
jij lijdt
wij lijden
» meer vervoegingen van lijden

I cannot bear the pain any more.
Ik kan de pijn niet meer uitstaan.
Man is destined to suffer.
De mens is voorbestemd tot lijden.
to carry, to wear, to bear, to wash {ww.}
dragen 
voeren 
brengen 
voorhebben

I bear
you bear
we bear

ik draag
jij draagt
wij dragen
» meer vervoegingen van dragen

Cats don't wear collars.
Katten dragen geen halsband.
We have to wear school uniforms at school.
We moeten een uniform dragen op school.
to abide, to endure, to bear, to cope, to stand, to withstand {ww.}
uitstaan
uithouden
verdragen 
dulden
doorstaan
harden

I bear
you bear
we bear

ik sta uit
jij staat uit
wij staan uit
» meer vervoegingen van uitstaan

I cannot stand this anymore.
Ik kan het niet meer uithouden.
I can't stand this hot weather.
Ik kan dit hete weer niet uitstaan.
to abide, to bear, to carry out, to endure, to put up with, to suffer, to stand, to carry away, to afford {ww.}
uithouden
dragen 
naar buiten brengen
verdragen 

I bear
you bear
we bear

ik houd uit
jij houdt uit
wij houden uit
» meer vervoegingen van uithouden

Your research will surely bear fruit.
Je onderzoek zal zeker vruchten dragen.
ursine, bear {bn.}
bere-
beren-

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

The bear ran after me.

De beer rende achter me aan.

I cannot bear the pain any more.

Ik kan de pijn niet meer uitstaan.

I'm as hungry as a bear.

Ik heb honger als een paard.

How long does a bear sleep?

Hoe lang slaapt een beer?

A bear can climb a tree.

Een beer kan in een boom klimmen.

Your research will surely bear fruit.

Je onderzoek zal zeker vruchten dragen.

Have you ever seen a bear in the mountain?

Heb jij ooit al een beer in de bergen gezien?

He who seeketh horse or wife without flaws, may forsake his work and bear in mind that bed and stable forever empty he will keep.

Wie soeckt Peert of Wijf sonder gebreecken, die magh het werck wel laten steecken en bedencken dat hij bed en stal voor eeuwigh ledigh houden sal.


Gerelateerd aan bear

produce - yield - give birth to - abide - endure - put up with - suffer - sustain - ail - carry - wear - wash - cope - stand - withstand