Vertaling van carry away

Inhoud:

Engels
Nederlands
to carry, to wear, to bear, to wash {ww.}
brengen 
dragen 
voeren 
voorhebben

I carry
you carry
we carry

ik breng
jij brengt
wij brengen
» meer vervoegingen van brengen

to bring away, to carry away {ww.}
uitdragen
wegbrengen
wegdragen
to abide, to bear, to carry out, to endure, to put up with, to suffer, to stand, to carry away, to afford {ww.}
uithouden
dragen 
naar buiten brengen
verdragen 
I cannot stand this anymore.
Ik kan het niet meer uithouden.
Your research will surely bear fruit.
Je onderzoek zal zeker vruchten dragen.
to carry, to pack, to take {ww.}
dragen

I carry
you carry
we carry

ik draag
jij draagt
wij dragen
» meer vervoegingen van dragen

to carry, to convey, to express {ww.}
uitknijpen
uitdrukken

I carry
you carry
we carry

ik knijp uit
jij knijpt uit
wij knijpen uit
» meer vervoegingen van uitknijpen

to carry, to extend {ww.}
dragen

I carry
you carry
we carry

ik draag
jij draagt
wij dragen
» meer vervoegingen van dragen

to carry, to dribble {ww.}
druppelen

I carry
you carry
we carry

ik druppel
jij druppelt
wij druppelen
» meer vervoegingen van druppelen

to carry, to transport {ww.}
vervoeren
transporteren

I carry
you carry
we carry

ik vervoer
jij vervoert
wij vervoeren
» meer vervoegingen van vervoeren

to carry {ww.}
meebrengen

I carry
you carry
we carry

ik breng mee
jij brengt mee
wij brengen mee
» meer vervoegingen van meebrengen

to carry, to transport {ww.}
afsjouwen

I carry
you carry
we carry

ik sjouw af
jij sjouwt af
wij sjouwen af
» meer vervoegingen van afsjouwen

to carry, to transport {ww.}
meedragen

I carry
you carry
we carry

ik draag mee
jij draagt mee
wij dragen mee
» meer vervoegingen van meedragen

to carry, to transport {ww.}
verschepen

I carry
you carry
we carry

ik verscheep
jij verscheept
wij verschepen
» meer vervoegingen van verschepen

to carry, to transport {ww.}
deporteren

I carry
you carry
we carry

ik deporteer
jij deporteert
wij deporteren
» meer vervoegingen van deporteren

to carry, to dribble {ww.}
dribbelen

I carry
you carry
we carry

ik dribbel
jij dribbelt
wij dribbelen
» meer vervoegingen van dribbelen

to carry, to transport {ww.}
dragen

I carry
you carry
we carry

ik draag
jij draagt
wij dragen
» meer vervoegingen van dragen

Shall I carry your coat?
Zal ik uw jas dragen?
I can't carry this suitcase by myself.
Ik kan deze koffer niet zelf dragen.
to carry, to transport {ww.}
aandragen

I carry
you carry
we carry

ik draag aan
jij draagt aan
wij dragen aan
» meer vervoegingen van aandragen

to bear away, to bear off, to carry away, to carry off, to take away {ww.}
wegrijden
to bear away, to bear off, to carry away, to carry off, to take away {ww.}
wegdragen
to bear away, to bear off, to carry away, to carry off, to take away {ww.}
wegvoeren
heenvoeren
wegleiden
to bear, to carry, to contain, to hold {ww.}
bevatten

I carry
you carry
we carry

ik bevat
jij bevat
wij bevatten
» meer vervoegingen van bevatten


Gerelateerd aan carry away

carry - wear - bear - wash - bring away - abide - carry out - endure - put up with - suffer - stand - afford - pack - take - conveyhave - squeeze - empty - stretch - rain - displace - cause - lug - carry - get off - bear away - hold - bring - ride - go away