Vertaling van bring

Inhoud:

Engels
Nederlands
to bring, to fetch {ww.}
brengen 
aandragen 
bezorgen 
aanbrengen 

I bring
you bring
we bring

ik breng
jij brengt
wij brengen
» meer vervoegingen van brengen

Wars bring scars.
Oorlogen brengen littekens.
I'll bring one more towel.
Ik zal nog een handdoek brengen.
to bring {ww.}
binnenhalen
binnenlaten

I bring
you bring
we bring

ik haal binnen
jij haalt binnen
wij halen binnen
» meer vervoegingen van binnenhalen

to bring, to convey, to supply {ww.}
aanvoeren
toevoeren

I bring
you bring
we bring

ik voer aan
jij voert aan
wij voeren aan
» meer vervoegingen van aanvoeren

to send for, to get, to bring, to fetch {ww.}
halen
betrekken 
laten komen
ontbieden

I bring
you bring
we bring

ik haal
jij haalt
wij halen
» meer vervoegingen van halen

Go and fetch Tom.
Ga Tom halen.
She asked her husband to go and fetch some milk.
Ze vroeg haar man om melk te gaan halen.
to fetch, to get, to pick up, to bring {ww.}
halen
gaan halen

I bring
you bring
we bring

ik haal
jij haalt
wij halen
» meer vervoegingen van halen

Go get coffee.
Ga koffie halen.
She wants to get a driver's license.
Ze wou een rijbewijs halen.
to conduct, to guide, to lead, to channel, to wage, to bring, to drive {ww.}
brengen 
leiden
besturen 
geleiden
voeren 

I bring
you bring
we bring

ik breng
jij brengt
wij brengen
» meer vervoegingen van brengen

Did your uncle let you drive his car?
Heeft uw oom u zijn auto laten besturen?
You cannot be too careful when you drive a car.
Ge kunt niet te oplettend zijn bij het besturen van een auto.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Wars bring scars.

Oorlogen brengen littekens.

Bring us with you!

Neem ons met je mee!

Bring your children along.

Neem uw kinderen mee.

What should I bring?

Wat moet ik meenemen?

Bring him in.

Breng hem naar binnen.

Bring me the magazines.

Breng me de tijdschriften.

Bring my hat.

Breng mijn hoed.

I'll bring one more towel.

Ik zal nog een handdoek brengen.

Please bring your own cutlery.

Uw eigen bestek meenemen graag.

You may bring whomever you like.

Je mag meebrengen wie je maar wil.

I bring candy for the children.

Ik neem snoep mee voor de kinderen.

Ask Tom to bring Mary tomorrow.

Vraag Tom om morgen Mary mee te nemen.

Ask Tom to bring his guitar.

Vraag Tom zijn gitaar mee te nemen.

I'll bring you the bill immediately.

Ik zal u direct de rekening brengen.

You may bring whoever you like.

Je mag wie je maar wilt meenemen.


Gerelateerd aan bring

fetch - convey - supply - send for - get - pick up - conduct - guide - lead - channel - wage - drive