Vertaling van cause

Inhoud:

Engels
Nederlands
to cause, to give rise to, to pose, to provoke, to result in, to inflict, to wreak {ww.}
veroorzaken
teweegbrengen
aanrichten 
stichten 
aandoen

I cause
you cause
we cause

ik veroorzaak
jij veroorzaakt
wij veroorzaken
» meer vervoegingen van veroorzaken

What trouble can she cause?
Welke moeilijkheden kan zij veroorzaken?
I don't want to cause a panic.
Ik wil geen paniek veroorzaken.
to cause, to get, to make, to render {ww.}
maken 
doen 
laten
laten doen

I cause
you cause
we cause

ik maak
jij maakt
wij maken
» meer vervoegingen van maken

You can't make me do anything I don't want to do.
Je kan me niets laten doen dat ik niet wil doen.
Worrying is like a rocking chair; it gives you something to do but doesn't get you anywhere.
Je zorgen maken is als een schommelstoel; het geeft je iets te doen, maar je komt er nergens mee.
to cause, to generate, to procreate, to provoke, to sire, to beget {ww.}
verwekken

I cause
you cause
we cause

ik verwek
jij verwekt
wij verwekken
» meer vervoegingen van verwekken

to cause, to cause to take place, to hold, to organize, to provoke, to stage {ww.}
houden
uitschrijven
teweegbrengen
beleggen 

I cause
you cause
we cause

ik houd
jij houdt
wij houden
» meer vervoegingen van houden

That box is too small to hold all these things.
Die doos is te klein om al deze dingen te houden.
Let's see who can hold out the longest.
Laten we eens zien wie het het langst uit kan houden.
cause, reason {zn.}
reden 
oorzaak 
What's the cause?
Wat is de oorzaak?
What's the reason?
Wat is de reden?
to develop, to cause, to create, to engender, to provoke {ww.}
maken 
ontwikkelen
formeren
doen ontstaan

I cause
you cause
we cause

ik maak
jij maakt
wij maken
» meer vervoegingen van maken

Click here to create an account.
Klik hier om een account aan te maken.
to bring about, to cause, to lead to {ww.}
tot gevolg hebben
uitwerken
ten gevolge hebben

I cause
you cause
we cause

ik werk uit
jij werkt uit
wij werken uit
» meer vervoegingen van uitwerken



Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

What's the cause?

Wat is de oorzaak?

God is the cause of all things.

God is de oorzaak van alle dingen.

They died for the cause of liberty.

Zij stierven voor de vrijheid.

I'm happy, cause I'm learning some Dutch.

Ik ben gelukkig, want ik leer wat Nederlands.

The police are investigating the cause of the accident.

De politie onderzoekt de oorzaak van het ongeval.

We will first ascertain the cause of the disaster.

We zullen eerst de oorzaak van de ramp vaststellen.

At night, I put my bell pepper plants at the open window, so they can harden off a bit before I plant them outside, cause now they still have such thin stems.

's Nachts zet ik mijn paprikaplantjes bij het open raam, zodat ze een beetje kunnen harden voor ik ze buiten poot, want ze hebben nu nog zulke dunne steeltjes.

"Do you know where my key is? I don't see it anywhere." "You must be looking for it with your eyes closed, then, cause it's on the table as always.

"Weet jij waar mijn sleutel is? Ik zie hem nergens." "Dan kijk je zeker met je neus, want hij ligt gewoon op tafel."


Gerelateerd aan cause

give rise to - pose - provoke - result in - inflict - wreak - get - make - render - generate - procreate - sire - beget - cause to take place - hold