Vertaling van make

Inhoud:

Engels
Nederlands
to make, to make water, to micturate, to pass water, to pee, to pee-pee, to piddle, to piss, to puddle, to relieve oneself, to spend a penny, to take a leak, to urinate, to wee, to wee-wee {ww.}
piesen
pissen
sassen
urineren
wateren
plassen
zeiken

I make
you make
we make

ik pies
jij piest
wij piesen
» meer vervoegingen van piesen

to make, to score, to seduce {ww.}
versieren

I make
you make
we make

ik versier
jij versiert
wij versieren
» meer vervoegingen van versieren

to make, to score, to seduce {ww.}
bekoren

I make
you make
we make

ik bekoor
jij bekoort
wij bekoren
» meer vervoegingen van bekoren

to cause, to get, to make, to render {ww.}
doen 
laten
laten doen
maken 

I make
you make
we make

ik doe
jij doet
wij doen
» meer vervoegingen van doen

to act, to do, to make, to perform, to carry out, to commit, to form, to reach, to render, to work, to wage {ww.}
maken 
aanmaken 
bedrijven 
doen 
uitbrengen
uitrichten
uitvoeren 

I make
you make
we make

ik maak
jij maakt
wij maken
» meer vervoegingen van maken

to make, to score, to seduce {ww.}
veroveren

I make
you make
we make

ik verover
jij verovert
wij veroveren
» meer vervoegingen van veroveren

to bear down, to make {ww.}
koersen
stevenen
afstevenen

I make
you make
we make

ik koers
jij koerst
wij koersen
» meer vervoegingen van koersen

to create, to make, to produce {ww.}
creëren
scheppen

I make
you make
we make

ik creëer
jij creëert
wij creëren
» meer vervoegingen van creëren

You see, humans don't create time; if we did we'd never run out of it.
Weet je, mensen creëren geen tijd; als we dat wel deden, zou het nooit opraken.
The director of the school wants to close the canteen and create a new recreation room for the students.
De directeur van de school wil de kantine sluiten en een nieuwe recreatieruimte creëren voor de studenten.
to build, to construct, to make {ww.}
timmeren

I make
you make
we make

ik timmer
jij timmert
wij timmeren
» meer vervoegingen van timmeren

to get, to make {ww.}
lospeuteren

I make
you make
we make

ik peuter los
jij peutert los
wij peuteren los
» meer vervoegingen van lospeuteren

to cause, to do, to make {ww.}
kweken

I make
you make
we make

ik kweek
jij kweekt
wij kweken
» meer vervoegingen van kweken

to build, to construct, to make {ww.}
metselen

I make
you make
we make

ik metsel
jij metselt
wij metselen
» meer vervoegingen van metselen

to create, to make {ww.}
creëren

I make
you make
we make

ik creëer
jij creëert
wij creëren
» meer vervoegingen van creëren

to create, to make {ww.}
aanrichten

I make
you make
we make

ik richt aan
jij richt aan
wij richten aan
» meer vervoegingen van aanrichten

to create, to make, to produce {ww.}
aanmaken

I make
you make
we make

ik maak aan
jij maakt aan
wij maken aan
» meer vervoegingen van aanmaken

to build, to construct, to make {ww.}
bouwen

I make
you make
we make

ik bouw
jij bouwt
wij bouwen
» meer vervoegingen van bouwen

His plan is to build a bridge over that river.
Zijn plan is, een brug over die rivier te bouwen.
Our company is planning to build a new chemical plant in Russia.
Ons bedrijf is van plan een nieuwe chemische fabriek te bouwen in Rusland.
to give, to have, to hold, to make, to throw {ww.}
houden
voeren

I make
you make
we make

ik houd
jij houdt
wij houden
» meer vervoegingen van houden

That box is too small to hold all these things.
Die doos is te klein om al deze dingen te houden.
Let's see who can hold out the longest.
Laten we eens zien wie het het langst uit kan houden.
to build, to construct, to make {ww.}
bebouwen

I make
you make
we make

ik bebouw
jij bebouwt
wij bebouwen
» meer vervoegingen van bebouwen

to bring in, to clear, to earn, to gain, to make, to pull in, to realise, to realize, to take in {ww.}
doen
opbrengen

I make
you make
we make

ik doe
jij doet
wij doen
» meer vervoegingen van doen

We should make something like that.
We zouden iets dan dit gaan doen.
You can't make me do anything I don't want to do.
Je kan me niets laten doen dat ik niet wil doen.
to cause, to do, to make {ww.}
plegen

I make
you make
we make

ik pleeg
jij pleegt
wij plegen
» meer vervoegingen van plegen

to cook, to fix, to make, to prepare, to ready {ww.}
prepareren

I make
you make
we make

ik prepareer
jij prepareert
wij prepareren
» meer vervoegingen van prepareren

to ca-ca, to crap, to defecate, to make, to shit, to stool, to take a crap, to take a shit {ww.}
poepen
beren
bouten
kakken
keutelen
ontlasten
schijten
uitpoepen
uitschijten
drukken
uitkakken
afgaan

I make
you make
we make

ik poep
jij poept
wij poepen
» meer vervoegingen van poepen

to build, to construct, to make {ww.}
leggen
aanleggen

I make
you make
we make

ik leg
jij legt
wij leggen
» meer vervoegingen van leggen

to establish, to lay down, to make {ww.}
afleggen

I make
you make
we make

ik leg af
jij legt af
wij leggen af
» meer vervoegingen van afleggen

to bring in, to clear, to earn, to gain, to make, to pull in, to realise, to realize, to take in {ww.}
verdienen

I make
you make
we make

ik verdien
jij verdient
wij verdienen
» meer vervoegingen van verdienen

to establish, to lay down, to make {ww.}
vastleggen
afperken

I make
you make
we make

ik leg vast
jij legt vast
wij leggen vast
» meer vervoegingen van vastleggen

to establish, to lay down, to make {ww.}
neervlijen

I make
you make
we make

ik vlij neer
jij vlijt neer
wij vlijen neer
» meer vervoegingen van neervlijen

to cause, to do, to make {ww.}
veroorzaken
teweegbrengen
leiden

I make
you make
we make

ik veroorzaak
jij veroorzaakt
wij veroorzaken
» meer vervoegingen van veroorzaken

to arrive at, to attain, to gain, to hit, to make, to reach {ww.}
bereiken

I make
you make
we make

ik bereik
jij bereikt
wij bereiken
» meer vervoegingen van bereiken

You can reach me at this number.
Je kunt me op dit nummer bereiken.
If you take this bus, you will reach the village.
Als ge deze bus neemt, zult ge het dorp bereiken.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Make haste.

Schiet op!

You make me happy.

Jij maakt me gelukkig.

This doesn't make sense.

Dit slaat nergens op.

Clothes make the man.

Kleren maken de man.

I'll make you happy.

Ik zal u gelukkig maken.

You make me dream.

Ge doet mij dromen.

Don't make me angry.

Maak me niet boos.

Don't make a noise.

Maak geen lawaai.

What did Jean make?

Wat heeft Jean gemaakt?

Make haste slowly.

Haast je langzaam.

Let's make it brief.

Maak het kort.

You can make it.

Je kunt het!

Soft healers make stinking wounds.

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

Tom doesn't make much money.

Tom verdient niet veel.

He'll make a good husband.

Hij zal een goede echtgenoot zijn.