Vertaling van lead on

Inhoud:

Engels
Nederlands
to get, to lead {ww.}
brengen 
voorleiden

I lead
you lead
we lead

ik breng
jij brengt
wij brengen
» meer vervoegingen van brengen

He's talking so loudly that we're going to get in trouble.
He praat zo hard dat hij ons in de problemen gaat brengen.
The police are really good at understanding "Someone stole my credit card and ran up a lot of charges." It's a lot harder to get them to buy into "Someone stole my magic…
De politie is er heel goed in om te begrijpen dat iemand mijn creditcard gestolen heeft en een heleboel geld heeft opgenomen. Het is veel moeilijker om ze bij te brengen
to direct, to guide, to manage, to steer, to conduct, to drive, to head, to lead, to refer {ww.}
besturen 
sturen
richten 
mennen
dirigeren

I lead
you lead
we lead

ik bestuur
jij bestuurt
wij besturen
» meer vervoegingen van besturen

Did your uncle let you drive his car?
Heeft uw oom u zijn auto laten besturen?
You cannot be too careful when you drive a car.
Ge kunt niet te oplettend zijn bij het besturen van een auto.
to conduct, to guide, to lead, to channel, to wage, to bring, to drive {ww.}
brengen 
leiden
besturen 
voeren 
geleiden

I lead
you lead
we lead

ik breng
jij brengt
wij brengen
» meer vervoegingen van brengen

Wars bring scars.
Oorlogen brengen littekens.
All roads lead to Rome.
Alle wegen leiden naar Rome.
to conduct, to direct, to guide, to head, to lead, to drive, to show the way {ww.}
leiden
rondleiden
geleiden
de weg wijzen

I lead
you lead
we lead

ik leid
jij leidt
wij leiden
» meer vervoegingen van leiden

Many ways lead to Rome.
Er zijn vele wegen die naar Rome leiden.
Too much stress can lead to physical disease.
Teveel stress kan tot een handicap leiden.
to precede, to head, to lead {ww.}
vooropgaan
voorgaan
voorlopen
voorafgaan

I lead
you lead
we lead

ik ga voorop
jij gaat voorop
wij gaan voorop
» meer vervoegingen van vooropgaan

to lead on {ww.}
verleiden
to cozen, to deceive, to delude, to lead on {ww.}
illusioneren
to cozen, to deceive, to delude, to lead on {ww.}
voorspiegelen

Gerelateerd aan lead on

get - lead - direct - guide - manage - steer - conduct - drive - head - refer - channel - wage - bring - show the way - precedeinvite - lead astray - reproduce