Vertaling van direct

Inhoud:

Engels
Nederlands
to direct, to guide, to manage, to steer, to conduct, to drive, to head, to lead, to refer {ww.}
besturen 
richten 
dirigeren
mennen
sturen

I direct
you direct
we direct

ik bestuur
jij bestuurt
wij besturen
» meer vervoegingen van besturen

Did your uncle let you drive his car?
Heeft uw oom u zijn auto laten besturen?
You cannot be too careful when you drive a car.
Ge kunt niet te oplettend zijn bij het besturen van een auto.
direct, straight, erect, straightforward, square {bn.}
direct 
live
recht
rechtstreeks
to direct, to send {ww.}
sturen

I direct
you direct
we direct

ik stuur
jij stuurt
wij sturen
» meer vervoegingen van sturen

to direct, to send {ww.}
toezenden
toesturen

I direct
you direct
we direct

ik zend toe
jij zendt toe
wij zenden toe
» meer vervoegingen van toezenden

to direct {ww.}
ensceneren

I direct
you direct
we direct

ik ensceneer
jij ensceneert
wij ensceneren
» meer vervoegingen van ensceneren

to direct {ww.}
regisseren

I direct
you direct
we direct

ik regisseer
jij regisseert
wij regisseren
» meer vervoegingen van regisseren

to direct, to send {ww.}
afsturen

I direct
you direct
we direct

ik stuur af
jij stuurt af
wij sturen af
» meer vervoegingen van afsturen

to direct, to engineer, to mastermind, to orchestrate, to organise, to organize {ww.}
orkestreren
instrumenteren

I direct
you direct
we direct

ik orkestreer
jij orkestreert
wij orkestreren
» meer vervoegingen van orkestreren

to conduct, to direct, to guide, to head, to lead, to drive, to show the way {ww.}
leiden
de weg wijzen
geleiden
rondleiden

I direct
you direct
we direct

ik leid
jij leidt
wij leiden
» meer vervoegingen van leiden

All roads lead to Rome.
Alle wegen leiden naar Rome.
Many ways lead to Rome.
Er zijn vele wegen die naar Rome leiden.
to direct {ww.}
dirigeren

I direct
you direct
we direct

ik dirigeer
jij dirigeert
wij dirigeren
» meer vervoegingen van dirigeren

immediate, direct, instant, instantaneous, outright, prompt {bn.}
ogenblikkelijk
prompt
lasting, continuous, continual, direct {bn.}
aanhoudend 
continu 
onafgebroken
voortdurend 
to channelise, to channelize, to direct, to guide, to head, to maneuver, to manoeuver, to manoeuvre, to point, to steer {ww.}
loodsen

I direct
you direct
we direct

ik loods
jij loodst
wij loodsen
» meer vervoegingen van loodsen

to conduct, to direct, to guide, to lead, to take {ww.}
voeren
leiden

I direct
you direct
we direct

ik voer
jij voert
wij voeren
» meer vervoegingen van voeren

to address, to direct {ww.}
richten

I direct
you direct
we direct

ik richt
jij richt
wij richten
» meer vervoegingen van richten

to conduct, to direct, to guide, to lead, to take {ww.}
afleiden

I direct
you direct
we direct

ik leid af
jij leidt af
wij leiden af
» meer vervoegingen van afleiden

to channelise, to channelize, to direct, to guide, to head, to maneuver, to manoeuver, to manoeuvre, to point, to steer {ww.}
sturen

I direct
you direct
we direct

ik stuur
jij stuurt
wij sturen
» meer vervoegingen van sturen

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
nawijzen

I direct
you direct
we direct

ik wijs na
jij wijst na
wij wijzen na
» meer vervoegingen van nawijzen

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
richten

I direct
you direct
we direct

ik richt
jij richt
wij richten
» meer vervoegingen van richten

to conduct, to direct, to guide, to lead, to take {ww.}
brengen

I direct
you direct
we direct

ik breng
jij brengt
wij brengen
» meer vervoegingen van brengen

to channelise, to channelize, to direct, to guide, to head, to maneuver, to manoeuver, to manoeuvre, to point, to steer {ww.}
stevenen

I direct
you direct
we direct

ik steven
jij stevent
wij stevenen
» meer vervoegingen van stevenen

to conduct, to direct, to lead {ww.}
vooropgaan

I direct
you direct
we direct

ik ga voorop
jij gaat voorop
wij gaan voorop
» meer vervoegingen van vooropgaan

to address, to direct {ww.}
adresseren

I direct
you direct
we direct

ik adresseer
jij adresseert
wij adresseren
» meer vervoegingen van adresseren

to aim, to direct, to take, to take aim, to train {ww.}
aanleggen

I direct
you direct
we direct

ik leg aan
jij legt aan
wij leggen aan
» meer vervoegingen van aanleggen

to channelise, to channelize, to direct, to guide, to head, to maneuver, to manoeuver, to manoeuvre, to point, to steer {ww.}
vestigen

I direct
you direct
we direct

ik vestig
jij vestigt
wij vestigen
» meer vervoegingen van vestigen

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
aansturen

I direct
you direct
we direct

ik stuur aan
jij stuurt aan
wij sturen aan
» meer vervoegingen van aansturen

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
beogen

I direct
you direct
we direct

ik beoog
jij beoogt
wij beogen
» meer vervoegingen van beogen

to conduct, to direct, to guide, to lead, to take {ww.}
gidsen

I direct
you direct
we direct

ik gids
jij gidst
wij gidsen
» meer vervoegingen van gidsen


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

There is a direct flight from Tokyo to London.

Er is een directe vlucht van Tokyo naar Londen.

We want natural-sounding translations, not word-for-word direct translations.

We willen natuurlijk klinkende vertalingen, geen woord-voor-woordvertalingen.