Vertaling van go

Inhoud:

Engels
Nederlands
to go, to be going to {ww.}
gaan 
zullen

I go
you go
we go

ik ga
jij gaat
wij gaan
» meer vervoegingen van gaan

When you go to Romania, you will visit Dracula's Castle.
Wanneer jullie naar Roemenië gaan, zullen jullie het Kasteel van Dracula bezoeken.
This summer we'll go to the mountains and to the sea.
Deze zomer zullen we naar de bergen gaan en naar zee.
to go, to wend {ww.}
gaan 
lopen 
verlopen
van stapel lopen
zich begeven

I go
you go
we go

ik ga
jij gaat
wij gaan
» meer vervoegingen van gaan

We must go.
We moeten gaan.
You have to go.
Je moet gaan.
to go, to ride, to travel, to drive {ww.}
gaan 
rijden
karren
varen 

I go
you go
we go

ik ga
jij gaat
wij gaan
» meer vervoegingen van gaan

I don't want to drive.
Ik wil niet rijden.
Let's drive to the lake.
Laten we naar het meer rijden.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Let's go back.

Laten we teruggaan.

Let's go out.

Laten we uitgaan.

Go to school.

Ga naar school.

May I go home?

Mag ik naar huis gaan?

Let's go down.

Laat ons naar beneden gaan.

Rain, rain go away!

Regen, regen, ga weg!

Won't you go?

Ga je dan niet?

I should go.

Ik moet gaan.

Easy come, easy go.

Zo gewonnen, zo geronnen.

Let's not go.

Laten we niet gaan.

Go for help.

Ga voor hulp.

Go get help.

Ga hulp vragen.

Go back home.

Ga terug naar huis.

She let her go.

Ze liet haar gaan.

Go fuck yourself!

Neuk jezelf!


Gerelateerd aan go

be going to - wend - ride - travel - drive