Vertaling van offer

Inhoud:

Engels
Nederlands
to offer, to offer up, to sacrifice {ww.}
offeren 
opofferen

I offer
you offer
we offer

ik offer
jij offert
wij offeren
» meer vervoegingen van offeren

to offer, to propose, to suggest, to advance, to proffer, to propound, to advocate {ww.}
aanbieden 
bieden
voorslaan
voordragen
uitloven
voorstellen

I offer
you offer
we offer

ik bied aan
jij biedt aan
wij bieden aan
» meer vervoegingen van aanbieden

Can I offer you another piece of cake?
Mag ik u nog een stukje gebak aanbieden?
I would offer you a coffee if you had the time.
Ik zou je een koffie aanbieden als je tijd had.
offer, proposal, presentation, tender, bid, proposition, advance {zn.}
aanbieding  [v]
bod [o]
aanbod  [o]
voorslag
voorstel
offer, sacrificing {zn.}
offer 
offerande
offer, offer of marriage, proposal {zn.}
aanzoek [o]
huwelijksaanzoek 
offer, tender, bidding, advocacy {zn.}
aanbod  [o]
aanbieding  [v]
She turned down my offer.
Ze heeft mijn aanbod afgeslagen.
All right. I'll accept your offer.
Goed. Ik aanvaard je aanbod.
offer, offer of parriage {zn.}
aanzoek [o]
huwelijksaanzoek 
offer, bid, proposition, tender {zn.}
aanbod  [o]
offerte
aanbieding  [v]
Why did you turn down his offer?
Waarom wees je zijn aanbod af?
I had no choice but to accept the offer.
Ik had geen andere keuze dan de offerte te accepteren.
to bid, to make an offer of, to offer, to tender {ww.}
aanbieden 
te koop aanbieden

I offer
you offer
we offer

ik bied aan
jij biedt aan
wij bieden aan
» meer vervoegingen van aanbieden

to introduce, to present, to offer, to perform, to play, to reenact, to render, to depict, to represent, to constitute {ww.}
spelen 
voorstellen
aanbieden 
presenteren
indienen
vertonen

I offer
you offer
we offer

ik speel
jij speelt
wij spelen
» meer vervoegingen van spelen

I can play Chopin.
Ik kan Chopin spelen.
Children play with toys.
Kinderen spelen met speelgoed.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

She turned down my offer.

Ze heeft mijn aanbod afgeslagen.

The job offer still stands.

De werkaanbieding geldt nog steeds.

All right. I'll accept your offer.

Goed. Ik aanvaard je aanbod.

Why did you turn down his offer?

Waarom wees je zijn aanbod af?

Can I offer you another piece of cake?

Mag ik u nog een stukje gebak aanbieden?

English has a lot of idiomatic expressions to offer.

Engels biedt een heleboel spreekwoordelijke uitdrukkingen.

I had no choice but to accept the offer.

Ik had geen andere keuze dan de offerte te accepteren.

Besides lending books, libraries offer various other services.

Buiten het uitlenen van boeken bieden bibliotheken verschillende andere diensten aan.

This year we offer the same language course as last year.

Dit jaar bieden we dezelfde taalcursus aan als vorig jaar.

I would offer you a coffee if you had the time.

Ik zou je een koffie aanbieden als je tijd had.

It was civil of him to offer his seat to the old man.

Het was beleefd van hem om zijn plek aan de oude man te geven.