Vertaling van show

Inhoud:

Engels
Nederlands
to show, to indicate, to point out, to demonstrate, to display, to manifest {ww.}
tonen
laten zien
wijzen 
uitwijzen
vertonen
tentoonspreiden

I show
you show
we show

ik toon
jij toont
wij tonen
» meer vervoegingen van tonen

I will show you around the city.
Ik zal je de stad laten zien.
I will show you some pictures.
Ik zal jullie wat foto's laten zien.
show, spectacle, display, displaying, performance {zn.}
spektakel
kijkspel
schouwspel
vertoning [v]
It’s a spectacle you won't forget.
Het is een spektakel dat je wil vergeten.
to demonstrate, to manifest, to show {ww.}
manifesteren
laten blijken

I show
you show
we show

ik manifesteer
jij manifesteert
wij manifesteren
» meer vervoegingen van manifesteren

to show {ww.}
vertonen

I show
you show
we show

ik vertoon
jij vertoont
wij vertonen
» meer vervoegingen van vertonen

to show {ww.}
tonen

I show
you show
we show

ik toon
jij toont
wij tonen
» meer vervoegingen van tonen

to show {ww.}
tentoonspreiden
getuigen
tonen

I show
you show
we show

ik spreid tentoon
jij spreidt tentoon
wij spreiden tentoon
» meer vervoegingen van tentoonspreiden

presentation, intro, introduction, rendition, show {zn.}
voorstelling  [v]
optreden 
presentatie  [v]
uitvoering  [v]
aanbieding  [v]
The show presented modern art from Europe.
De voorstelling toonde moderne kunst uit Europa.
We hope you will enjoy the show.
We hopen dat je van de voorstelling zult genieten.
distraction, diversion, recreation, show, amusement, divertissement {zn.}
verstrooiing [v]
verzetje [o]
afleiding  [v]
to evince, to express, to show {ww.}
rondleiden

I show
you show
we show

ik leid rond
jij leidt rond
wij leiden rond
» meer vervoegingen van rondleiden

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
wijzen
aanwijzen

I show
you show
we show

ik wijs
jij wijst
wij wijzen
» meer vervoegingen van wijzen

to read, to record, to register, to show {ww.}
inspreken

I show
you show
we show

ik spreek in
jij spreekt in
wij spreken in
» meer vervoegingen van inspreken

to demonstrate, to establish, to prove, to shew, to show {ww.}
uitwijzen

I show
you show
we show

ik wijs uit
jij wijst uit
wij wijzen uit
» meer vervoegingen van uitwijzen

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
spreken

I show
you show
we show

ik spreek
jij spreekt
wij spreken
» meer vervoegingen van spreken

to read, to record, to register, to show {ww.}
patenteren

I show
you show
we show

ik patenteer
jij patenteert
wij patenteren
» meer vervoegingen van patenteren

to depict, to picture, to render, to show {ww.}
afschilderen

I show
you show
we show

ik schilder af
jij schildert af
wij schilderen af
» meer vervoegingen van afschilderen

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
wijzen

I show
you show
we show

ik wijs
jij wijst
wij wijzen
» meer vervoegingen van wijzen

to evince, to express, to show {ww.}
betuigen
betonen
bewijzen

I show
you show
we show

ik betuig
jij betuigt
wij betuigen
» meer vervoegingen van betuigen

to demonstrate, to establish, to prove, to shew, to show {ww.}
staven
aantonen
bewijzen
hardmaken

I show
you show
we show

ik staaf
jij staaft
wij staven
» meer vervoegingen van staven

to demo, to demonstrate, to exhibit, to present, to show {ww.}
tentoonstellen
exposeren

I show
you show
we show

ik stel tentoon
jij stelt tentoon
wij stellen tentoon
» meer vervoegingen van tentoonstellen

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
wijzen
attenderen

I show
you show
we show

ik wijs
jij wijst
wij wijzen
» meer vervoegingen van wijzen

Could you show me the way to the port?
Kunt u mij de weg naar de haven wijzen?
to evince, to express, to show {ww.}
uiten

I show
you show
we show

ik uit
jij uit
wij uiten
» meer vervoegingen van uiten

to demonstrate, to establish, to prove, to shew, to show {ww.}
waarmaken

I show
you show
we show

ik maak waar
jij maakt waar
wij maken waar
» meer vervoegingen van waarmaken


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Show him who's boss!

Laat hem zien wie de baas is!

Please show your ticket.

Uw ticket, alstublieft.

Oh! Show me, please.

O! Laat eens zien.

Show me another example.

Laat me nog eens een voorbeeld zien.

Please show me another.

Kunt u me nog een andere laten zien?

Show me your papers!

Toon me je papieren!

Please show me your picture.

Laat me alsjeblieft je foto zien.

Show me what you bought.

Laat me zien wat je gekocht hebt.

Let me show you something.

Laat me je iets tonen.

Please, show me these photos.

Toon me deze foto's alsjeblieft.

Please show me another example.

Geef me een ander voorbeeld alsjeblieft.

The show presented modern art from Europe.

De voorstelling toonde moderne kunst uit Europa.

Please show me the TV Guide.

Laat me alsjeblieft de TV-gids zien.

I wanted to show them my appreciation.

Ik wou hen mijn waardering tonen.

I will show you some pictures.

Ik zal jullie wat foto's laten zien.