Vertaling van record

Inhoud:

Engels
Nederlands
to record, to register, to enrol, to keep {ww.}
boeken
registreren
aantekenen 
vastleggen

I record
you record
we record

ik boek
jij boekt
wij boeken
» meer vervoegingen van boeken

We can record the past and present.
We kunnen het verleden en het heden registreren.
I keep old books with care.
Ik bewaar oude boeken met zorg.
record, register, account book, inventory {zn.}
register [o]
rol 
record {zn.}
record
His record will never be broken.
Zijn record zal nooit verbroken worden.
His record is a new world record in the 100-meter dash.
Zijn record is een nieuw wereldrecord op de honderd meter sprint.
record {zn.}
record
D-snaar [v]
to enter, to note, to record {ww.}
registreren
boeken
inschrijven
bijboeken

I record
you record
we record

ik registreer
jij registreert
wij registreren
» meer vervoegingen van registreren

to record, to tape {ww.}
tapen
opnemen

I record
you record
we record

ik tape
jij tapet
wij tapen
» meer vervoegingen van tapen

antecedents, record {eigenn.}
antecedenten
dial, disc, record {zn.}
plaat
discus [m]
schijf
Don't you want to put in another disc? We've been listening to this one for two hours.
Zou je eens niet een andere plaat willen opzetten? We luisteren al gedurende twee uren naar deze hier.
entry, record {zn.}
boeking [v]
inschrijving [v]
to enter, to put down, to record {ww.}
registreren

I record
you record
we record

ik registreer
jij registreert
wij registreren
» meer vervoegingen van registreren

to enter, to put down, to record {ww.}
vastleggen

I record
you record
we record

ik leg vast
jij legt vast
wij leggen vast
» meer vervoegingen van vastleggen

to read, to record, to register, to show {ww.}
patenteren

I record
you record
we record

ik patenteer
jij patenteert
wij patenteren
» meer vervoegingen van patenteren

to commemorate, to immortalise, to immortalize, to memorialise, to memorialize, to record {ww.}
protocolleren

I record
you record
we record

ik protocolleer
jij protocolleert
wij protocolleren
» meer vervoegingen van protocolleren

to read, to record, to register, to show {ww.}
inspreken

I record
you record
we record

ik spreek in
jij spreekt in
wij spreken in
» meer vervoegingen van inspreken


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

He broke the world record.

Hij brak het wereldrecord.

His record will never be broken.

Zijn record zal nooit verbroken worden.

We can record the past and present.

We kunnen het verleden en het heden registreren.

His record is a new world record in the 100-meter dash.

Zijn record is een nieuw wereldrecord op de honderd meter sprint.


Gerelateerd aan record

register - enrol - keep - account book - inventory - enter - note - tape - antecedents - dial - disc - entry - put down - read - showenter - reproduce - circumvent - enrol - record