Vertaling van advance

Inhoud:

Engels
Nederlands
to advance {ww.}
bevorderen 
verhogen

I advance
you advance
we advance

ik bevorder
jij bevordert
wij bevorderen
» meer vervoegingen van bevorderen

to advance {ww.}
opduwen
stuwen
voortstuwen

I advance
you advance
we advance

ik duw op
jij duwt op
wij duwen op
» meer vervoegingen van opduwen

to advance, to march on {ww.}
aanrukken
opmarcheren

I advance
you advance
we advance

ik ruk aan
jij rukt aan
wij rukken aan
» meer vervoegingen van aanrukken

to advance {ww.}
naar buiten komen
optreden 
stelling nemen
uitkomen 

I advance
you advance
we advance

ik treed op
jij treedt op
wij treden op
» meer vervoegingen van optreden

to advance, to approach, to come close, to come closer, to come on {ww.}
naderbij komen
naderen 
nader treden
nabijkomen

I advance
you advance
we advance

ik nader
jij nadert
wij naderen
» meer vervoegingen van naderen

to advance {ww.}
in rang opklimmen

I advance

to advance {ww.}
bevorderen 
tot bloei brengen

I advance
you advance
we advance

ik bevorder
jij bevordert
wij bevorderen
» meer vervoegingen van bevorderen

to advance, to progress {ww.}
bevorderen 
vooruitbrengen

I advance
you advance
we advance

ik bevorder
jij bevordert
wij bevorderen
» meer vervoegingen van bevorderen

to advance, to come on {ww.}
bijschuiven
naderen 

I advance
you advance
we advance

ik schuif bij
jij schuift bij
wij schuiven bij
» meer vervoegingen van bijschuiven

to advance, to come close, to come closer, to come on, to converge, to near, to approach {ww.}
in aantocht zijn
naderen 

I advance
you advance
we advance

ik nader
jij nadert
wij naderen
» meer vervoegingen van naderen

to advance, to approach, to come on, to come, to accost {ww.}
gaan naar
naderen 
aanpakken 
genaken
benaderen 

I advance
you advance
we advance

ik nader
jij nadert
wij naderen
» meer vervoegingen van naderen

We're going to the movies. Come with us.
We gaan naar de film. Kom gezellig mee.
to advance {ww.}
voortbewegen

I advance
you advance
we advance

ik beweeg voort
jij beweegt voort
wij bewegen voort
» meer vervoegingen van voortbewegen

to advance, to be promoted {ww.}
oprukken
in rang opklimmen
avanceren
overgaan
promotie maken

I advance
you advance
we advance

ik ruk op
jij rukt op
wij rukken op
» meer vervoegingen van oprukken

to advance, to put forward, to highlight, to publicize {ww.}
attenderen op
attent maken op
naar voren brengen

I advance

advance {zn.}
voorsprong 
advance {zn.}
vooruitbetaling [v]
verschot
voorschot
advance, fore-
voor-
advance {zn.}
optreden 
advance {zn.}
opmars
to progress, to advance {ww.}
opschieten 
veld winnen
vlotten
vooruitgaan
vorderen

I advance
you advance
we advance

ik schiet op
jij schiet op
wij schieten op
» meer vervoegingen van opschieten

to lend, to advance, to loan {ww.}
lenen 
uitlenen 
voorschieten

I advance
you advance
we advance

ik leen
jij leent
wij lenen
» meer vervoegingen van lenen

to station, to advance {ww.}
vooruitbrengen
vooruitzetten

I advance
you advance
we advance

ik zet vooruit
jij zet vooruit
wij zetten vooruit
» meer vervoegingen van vooruitzetten

to elevate, to exalt, to raise, to rise, to advance {ww.}
verhogen

I advance
you advance
we advance

ik verhoog
jij verhoogt
wij verhogen
» meer vervoegingen van verhogen

to borrow, to lend, to loan, to advance {ww.}
lenen 

I advance
you advance
we advance

ik leen
jij leent
wij lenen
» meer vervoegingen van lenen

to ascend, to go up, to increase, to accrue, to advance {ww.}
oplopen
rijzen
stijgen

I advance
you advance
we advance

ik loop op
jij loopt op
wij lopen op
» meer vervoegingen van oplopen

to prepay, to pay in advance, to advance {ww.}
vooruitbetalen

I advance
you advance
we advance

ik betaal vooruit
jij betaalt vooruit
wij betalen vooruit
» meer vervoegingen van vooruitbetalen

to accelerate, to speed up, to advance, to hasten, to further, to promote, to boost, to encourage {ww.}
aanmoedigen
stimuleren
bevorderen
bijdragen
accelereren
bespoedigen
verhaasten
versnellen

I advance
you advance
we advance

ik moedig aan
jij moedigt aan
wij moedigen aan
» meer vervoegingen van aanmoedigen

to accelerate, to advance {ww.}
terugzetten
verhaasten
vervroegen

I advance
you advance
we advance

ik zet terug
jij zet terug
wij zetten terug
» meer vervoegingen van terugzetten

to promote, to advance {ww.}
bevorderen 
promoveren

I advance
you advance
we advance

ik bevorder
jij bevordert
wij bevorderen
» meer vervoegingen van bevorderen

to offer, to propose, to suggest, to advance, to proffer, to propound, to advocate {ww.}
bieden
aanbieden 
uitloven
voordragen
voorslaan
voorstellen

I advance
you advance
we advance

ik bied
jij biedt
wij bieden
» meer vervoegingen van bieden

to suggest, to advance, to hint, to propound {ww.}
een wenk geven
influisteren
opperen
suggereren

I advance
you advance
we advance

ik fluister in
jij fluistert in
wij fluisteren in
» meer vervoegingen van influisteren

to aid, to assist, to help, to benefit, to accommodate, to attend to, to advance, to avail {ww.}
baten 
bijstaan 
helpen 
ter zijde staan

I advance
you advance
we advance

ik sta bij
jij staat bij
wij staan bij
» meer vervoegingen van bijstaan

to go forward, to advance, to progress {ww.}
voorwaarts gaan

I advance

offer, proposal, presentation, tender, bid, proposition, advance {zn.}
aanbieding  [v]
bod [o]
aanbod  [o]
voorslag
voorstel
former, previous, prior, earlier, ex-, forward, past, preceding, advance, advanced, antecedent, anterior {bn.}
verleden
voorafgaand
voorgaand
vorig
vroeger 
progress, advance, advancement {zn.}
vordering [v]
voortgang
vooruitgang
progressie
approach, démarche, advance {zn.}
demarche [v]
stap 
diplomatieke stap

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Thanks in advance.

Alvast bedankt.

They have to pay in advance.

Ze moeten vooraf betalen.

Thank you for your cooperation in advance.

Bij voorbaat hartelijk dank voor uw medewerking.

Thank you in advance for your cooperation.

Alvast bedankt voor uw samenwerking.

I made hotel reservations one month in advance.

Ik heb de boekingen voor het hotel al een maand op voorhand geregeld.


Gerelateerd aan advance

march on - approach - come close - come closer - come on - progress - converge - near - come - accost - be promoted - put forward - highlight - publicize - fore-act upon