Vertaling van fill

Inhoud:

Engels
Nederlands
to fill, to occupy, to take up {ww.}
in beslag nemen
beslaan 

I fill
you fill
we fill

ik besla
jij beslaat
wij beslaan
» meer vervoegingen van beslaan

to fill, to fill in, to fill up, to imbue, to permeate {ww.}
volmaken
volschenken
stoppen 
spekken
invullen
vullen 
dempen

I fill
you fill
we fill

ik volmaak
jij volmaakt
wij volmaken
» meer vervoegingen van volmaken

to fill, to stop {ww.}
vullen 
plomberen

I fill
you fill
we fill

ik vul
jij vult
wij vullen
» meer vervoegingen van vullen

to become full, to fill, to imbue {ww.}
volschieten
vollopen

I fill
you fill
we fill

ik schiet vol
jij schiet vol
wij schieten vol
» meer vervoegingen van volschieten

to block, to clog, to stop up, to choke, to congest, to fill, to plug, to stuff, to tamp, to stop, to stopper {ww.}
stoppen 
volstoppen
verstoppen
toestoppen
dichtmaken
dichten

I fill
you fill
we fill

ik stop
jij stopt
wij stoppen
» meer vervoegingen van stoppen

You should stop drinking.
Je moet stoppen met drinken.
I couldn't stop Tom.
Ik kon Tom niet stoppen.
to occupy, to take, to engage, to fill, to hold, to involve {ww.}
in beslag nemen
bezig houden
beslaan 
bezetten 
bekleden 

I fill
you fill
we fill

ik besla
jij beslaat
wij beslaan
» meer vervoegingen van beslaan


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Fill out this form, please.

Vul dit formulier in, alsjeblieft.

Fill this bottle with water.

Vul deze fles met water.

Sir, please fill out this form.

Meneer, vult u alstublieft dit formulier in.

Please fill this bucket with water.

Vul alstublieft deze emmer met water.

Fill in your name and address.

Vul uw naam en adres in.

He who seeks a flawless horse or flawless wife, may rest assured that even if his work he did forsake, nor bed nor stable would he ever fill.

Wie soeckt Peert of Wijf sonder gebreecken, die magh het werck wel laten steecken en bedencken dat hij bed en stal voor eeuwigh ledigh houden sal.


Gerelateerd aan fill

occupy - take up - fill in - fill up - imbue - permeate - stop - become full - block - clog - stop up - choke - congest - plug - stuff