Vertaling van stuff

Inhoud:

Engels
Nederlands
stuff, things {zn.}
dingen
spullen
Don't forget your things.
Vergeet je spullen niet.
Don't forget your stuff.
Vergeet je dingen niet.
to stuff {ww.}
vullen 
opvullen
data, material, stuff {zn.}
materiaal
grondstof
materieel
I want a suit made of this material.
Ik wil een pak gemaakt van dit materiaal.
thing, item, something, stuff {zn.}
ding  [o]
voorwerp 
Let me say one thing.
Laat mij een ding zeggen.
You just have to promise me one thing.
Je moet me alleen één ding beloven.
to block, to clog, to stop up, to choke, to congest, to fill, to plug, to stuff, to tamp, to stop, to stopper {ww.}
stoppen 
verstoppen
dichten
dichtmaken
toestoppen
volstoppen
You should stop drinking.
Je moet stoppen met drinken.
I couldn't stop Tom.
Ik kon Tom niet stoppen.
to pad, to stuff, to upholster {ww.}
vullen 
opvullen
opzetten
to push along, to shove, to slide, to stuff, to stick {ww.}
schuiven
matter, stuff, substance {zn.}
spul
substantie  [v]
goedje [o]
zelfstandigheid [v]
stof 

Gerelateerd aan stuff

things - data - material - thing - item - something - block - clog - stop up - choke - congest - fill - plug - tamp - stop