Vertaling van accomplish

Inhoud:

Engels
Nederlands
to accomplish, to attain, to get, to reach, to achieve, to arrive at {ww.}
bereiken 
inhalen
behalen 
reiken tot

I accomplish
you accomplish
we accomplish

ik bereik
jij bereikt
wij bereiken
» meer vervoegingen van bereiken

You can reach me at this number.
Je kunt me op dit nummer bereiken.
If you take this bus, you will reach the village.
Als ge deze bus neemt, zult ge het dorp bereiken.
to accomplish, to achieve, to keep, to observe, to perform, to exercise, to fulfil, to meet, to execute, to abide, to abide by {ww.}
nakomen
naleven
uitvoeren 
verrichten
vervullen
voltrekken

I accomplish
you accomplish
we accomplish

ik kom na
jij komt na
wij komen na
» meer vervoegingen van nakomen

to accomplish, to achieve, to finish, to consummate, to output, to perform, to produce {ww.}
volbrengen
klaren
voltooien 

I accomplish
you accomplish
we accomplish

ik volbreng
jij volbrengt
wij volbrengen
» meer vervoegingen van volbrengen

Without her help, I could not finish my task.
Zonder haar hulp kon ik mijn opdracht niet volbrengen.
The task is so difficult that I cannot accomplish it.
De taak is zo moeilijk dat ik het niet kan volbrengen.
to achieve, to act out, to carry through, to conduct, to implement, to secure, to accomplish {ww.}
bewerkstelligen
doorvoeren
tot stand brengen
verwezenlijken

I accomplish
you accomplish
we accomplish

ik bewerkstellig
jij bewerkstelligt
wij bewerkstelligen
» meer vervoegingen van bewerkstelligen

to accomplish, to action, to carry out, to carry through, to execute, to fulfil, to fulfill {ww.}
uitvoeren
treffen

I accomplish
you accomplish
we accomplish

ik voer uit
jij voert uit
wij voeren uit
» meer vervoegingen van uitvoeren

to accomplish, to achieve, to attain, to reach {ww.}
bereiken
halen
komen
toekomen

I accomplish
you accomplish
we accomplish

ik bereik
jij bereikt
wij bereiken
» meer vervoegingen van bereiken

Given good weather, we will reach there tomorrow.
Als het weer goed is, bereiken we die plek morgen.
Mary will stop at nothing to achieve her goal.
Mary stopt voor niets of niemand om haar doel te bereiken.
to accomplish, to action, to carry out, to carry through, to execute, to fulfil, to fulfill {ww.}
afleggen

I accomplish
you accomplish
we accomplish

ik leg af
jij legt af
wij leggen af
» meer vervoegingen van afleggen

to accomplish, to action, to carry out, to carry through, to execute, to fulfil, to fulfill {ww.}
uitvoeren
sjouwen
uitvreten
uitrichten
uithalen
uitspoken
uitsteken

I accomplish
you accomplish
we accomplish

ik voer uit
jij voert uit
wij voeren uit
» meer vervoegingen van uitvoeren

to accomplish, to action, to carry out, to carry through, to execute, to fulfil, to fulfill {ww.}
kwijten

I accomplish
you accomplish
we accomplish

ik kwijt
jij kwijt
wij kwijten
» meer vervoegingen van kwijten

to accomplish, to action, to carry out, to carry through, to execute, to fulfil, to fulfill {ww.}
doorvoeren

I accomplish
you accomplish
we accomplish

ik voer door
jij voert door
wij voeren door
» meer vervoegingen van doorvoeren


Gerelateerd aan accomplish

attain - get - reach - achieve - arrive at - keep - observe - perform - exercise - fulfil - meet - execute - abide - abide by - finishwork - cause - accomplish - go