Vertaling van perform

Inhoud:

Engels
Nederlands
to appear, to emerge, to perform, to materialize, to come into sight {ww.}
verschijnen
uitkomen 
opdraven
te voorschijn komen
opdagen

I perform
you perform
we perform

ik verschijn
jij verschijnt
wij verschijnen
» meer vervoegingen van verschijnen

There are people in the world so hungry, that God cannot appear to them except in the form of bread.
Er zijn mensen in de wereld die zo'n honger hebben, dat God alleen in de vorm van brood aan hen kan verschijnen.
to accomplish, to achieve, to finish, to consummate, to output, to perform, to produce {ww.}
volbrengen
voltooien 
klaren

I perform
you perform
we perform

ik volbreng
jij volbrengt
wij volbrengen
» meer vervoegingen van volbrengen

Without her help, I could not finish my task.
Zonder haar hulp kon ik mijn opdracht niet volbrengen.
The task is so difficult that I cannot accomplish it.
De taak is zo moeilijk dat ik het niet kan volbrengen.
to act, to do, to make, to perform, to carry out, to commit, to form, to reach, to render, to work, to wage {ww.}
doen 
maken 
uitvoeren 
uitrichten
uitbrengen
bedrijven 
aanmaken 

I perform
you perform
we perform

ik doe
jij doet
wij doen
» meer vervoegingen van doen

It's better to do nothing than to do something poorly.
Beter niets doen, dan een fout te maken.
Don't make me do it again.
Zorg ervoor dat ik het niet nog eens moet doen.
to function, to operate, to run, to work, to perform, to act {ww.}
werken 
het doen
in zijn werk gaan
functioneren 

I perform
you perform
we perform

ik werk
jij werkt
wij werken
» meer vervoegingen van werken

Let's work.
Laat ons werken.
A man must work.
Een mens moet werken.
to introduce, to present, to offer, to perform, to play, to reenact, to render, to depict, to represent, to constitute {ww.}
spelen 
voorstellen
aanbieden 
vertonen
presenteren
indienen

I perform
you perform
we perform

ik speel
jij speelt
wij spelen
» meer vervoegingen van spelen

I can play Chopin.
Ik kan Chopin spelen.
Children play with toys.
Kinderen spelen met speelgoed.
to accomplish, to achieve, to keep, to observe, to perform, to exercise, to fulfil, to meet, to execute, to abide, to abide by {ww.}
voltrekken
vervullen
verrichten
uitvoeren 
naleven
nakomen

I perform
you perform
we perform

ik voltrek
jij voltrekt
wij voltrekken
» meer vervoegingen van voltrekken

to play, to enact, to perform {ww.}
spelen 
voorspelen
uitvoeren 

I perform
you perform
we perform

ik speel
jij speelt
wij spelen
» meer vervoegingen van spelen

Children need to play.
Kinderen moeten spelen.
We often play chess.
Wij spelen dikwijls schaak.
to act, to perform {ww.}
acteren

I perform
you perform
we perform

ik acteer
jij acteert
wij acteren
» meer vervoegingen van acteren


Gerelateerd aan perform

appear - emerge - materialize - come into sight - accomplish - achieve - finish - consummate - output - produce - act - do - make - carry out - commit