Vertaling van provoke

Inhoud:

Engels
Nederlands
to excite, to incite, to provoke, to rouse, to stimulate, to stir up, to arouse, to irritate {ww.}
aanstoken
prikkelen
irriteren
op stang jagen
ophitsen
sarren

I provoke
you provoke
we provoke

ik stook aan
jij stookt aan
wij stoken aan
» meer vervoegingen van aanstoken

to defy, to incite, to provoke, to challenge, to exasperate {ww.}
provoceren
uitlokken
tarten
uitdagen
tergen
uittarten

I provoke
you provoke
we provoke

ik provoceer
jij provoceert
wij provoceren
» meer vervoegingen van provoceren

to cause, to cause to take place, to hold, to organize, to provoke, to stage {ww.}
houden
beleggen 
teweegbrengen
uitschrijven

I provoke
you provoke
we provoke

ik houd
jij houdt
wij houden
» meer vervoegingen van houden

That box is too small to hold all these things.
Die doos is te klein om al deze dingen te houden.
Let's see who can hold out the longest.
Laten we eens zien wie het het langst uit kan houden.
to cause, to generate, to procreate, to provoke, to sire, to beget {ww.}
verwekken

I provoke
you provoke
we provoke

ik verwek
jij verwekt
wij verwekken
» meer vervoegingen van verwekken

to annoy, to aggravate, to exasperate, to provoke {ww.}
ergeren
verontwaardigen

I provoke
you provoke
we provoke

ik erger
jij ergert
wij ergeren
» meer vervoegingen van ergeren

to develop, to cause, to create, to engender, to provoke {ww.}
maken 
doen ontstaan
formeren
ontwikkelen

I provoke
you provoke
we provoke

ik maak
jij maakt
wij maken
» meer vervoegingen van maken

Click here to create an account.
Klik hier om een account aan te maken.
to cause, to give rise to, to pose, to provoke, to result in, to inflict, to wreak {ww.}
veroorzaken
aandoen
aanrichten 
teweegbrengen
stichten 

I provoke
you provoke
we provoke

ik veroorzaak
jij veroorzaakt
wij veroorzaken
» meer vervoegingen van veroorzaken

What trouble can she cause?
Welke moeilijkheden kan zij veroorzaken?
I don't want to cause a panic.
Ik wil geen paniek veroorzaken.

Gerelateerd aan provoke

excite - incite - rouse - stimulate - stir up - arouse - irritate - defy - challenge - exasperate - cause - cause to take place - hold - organize - stage