Vertaling van brook

Inhoud:

Engels
Nederlands
brook, stream, creek {zn.}
beek  [v]
vliet [m]
kreek [v]
wetering [v]
If this organization is left as it is, it will soon go bankrupt; its recovery is as difficult as swapping horses while crossing a stream.
Als deze organisatie zo blijft zal het binnenkort bankroet gaan. Haar herstel is zo moeilijk als van paard wisselen terwijl je een beek oversteekt.
to endure, to put up with, to tolerate, to abide, to brook, to condone, to stand, to stomach {ww.}
tolereren
pikken
verdragen 
velen
toelaten
dulden
aanzien 

I brook
you brook
we brook

ik tolereer
jij tolereert
wij tolereren
» meer vervoegingen van tolereren

I can't tolerate this noise any longer.
Ik kan dit geluid niet langer tolereren.
brook, creek {zn.}
vliet [m] (de ~)
brook, creek {zn.}
beek [m] (de ~)
brook, creek {zn.}
kreek [m] (de ~)
to abide, to bear, to brook, to digest, to endure, to put up, to stand, to stick out, to stomach, to suffer, to support, to tolerate {ww.}
dragen
incasseren
verdragen
verduren
velen
harden
gedogen
dulden

I brook
you brook
we brook

ik draag
jij draagt
wij dragen
» meer vervoegingen van dragen

Your research will surely bear fruit.
Je onderzoek zal zeker vruchten dragen.
to abide, to bear, to brook, to digest, to endure, to put up, to stand, to stick out, to stomach, to suffer, to support, to tolerate {ww.}
kampen

I brook
you brook
we brook

ik kamp
jij kampt
wij kampen
» meer vervoegingen van kampen

to abide, to bear, to brook, to digest, to endure, to put up, to stand, to stick out, to stomach, to suffer, to support, to tolerate {ww.}
doormaken
getroosten
doorstaan

I brook
you brook
we brook

ik maak door
jij maakt door
wij maken door
» meer vervoegingen van doormaken

to abide, to bear, to brook, to digest, to endure, to put up, to stand, to stick out, to stomach, to suffer, to support, to tolerate {ww.}
verdragen

I brook
you brook
we brook

ik verdraag
jij verdraagt
wij verdragen
» meer vervoegingen van verdragen


Gerelateerd aan brook

stream - creek - endure - put up with - tolerate - abide - condone - stand - stomach - bear - digest - put up - stick out - suffer - supportbody of water - bay - allow - meet - consume