Vertaling van put off

Inhoud:

Engels
Nederlands
to put off, to send about his business {ww.}
afschepen
to put off, to rebuff, to send about his business {ww.}
afpoeieren
to put off, to take off, to lay, to put down {ww.}
uittrekken
uitdoen
afleggen 
afdoen
uitkrijgen
afzetten 
Do I have to take off my shoes here?
Moet ik hier mijn schoenen uitdoen?
We are supposed to take off our shoes at the entrance.
Het is de bedoeling dat we onze schoenen uittrekken aan de ingang.
to put off, to send about his business {ww.}
afschepen
de deur wijzen
to delay, to postpone, to adjourn, to defer, to procrastinate, to shelve, to put off {ww.}
uitstellen
aanhouden 
verdagen
verschuiven
I will postpone my trip to Scotland until it is warmer.
Ik zal mijn reis naar Schotland uitstellen tot het warmer is.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

She put off going to Mexico.

Ze heeft haar reis naar Mexico uitgesteld.

He decided to put off his departure.

Hij besloot zijn vertrek uit te stellen.

Never put off until tomorrow what you can do the day after tomorrow.

Stel nooit uit tot morgen wat je overmorgen kunt doen.


Gerelateerd aan put off

send about his business - rebuff - take off - lay - put down - delay - postpone - adjourn - defer - procrastinate - shelve