Vertaling van rout

Inhoud:

Engels
Nederlands
rout {zn.}
samenscholing [v] (de ~)
to root, to rootle, to rout {ww.}
wroeten

I rout
you rout
we rout

ik wroet
jij wroet
wij wroeten
» meer vervoegingen van wroeten

to gouge, to rout {ww.}
ritsen

I rout
you rout
we rout

ik rits
jij ritst
wij ritsen
» meer vervoegingen van ritsen

to root, to rootle, to rout {ww.}
woelen
wroeten

I rout
you rout
we rout

ik woel
jij woelt
wij woelen
» meer vervoegingen van woelen

mob, rabble, rout {zn.}
janhagel


Gerelateerd aan rout

root - rootle - gouge - mob - rabblecrowd - horn in - process - dig - biscuit