Vertaling van shop

Inhoud:

Engels
Nederlands
to shop {ww.}
boodschappen doen
winkelen

I shop
you shop
we shop

ik winkel
jij winkelt
wij winkelen
» meer vervoegingen van winkelen

shop, store {zn.}
zaak 
shop, store {zn.}
winkel [m] (de ~)
zaak
shop [m] (de ~)
nering [v] (de ~)
He went to the shop.
Hij ging naar de winkel.
The store deals in vegetables.
De winkel verkoopt groenten.
boutique, shop, store {zn.}
winkel 
boetiek
zaak 
He was at the store.
Hij was in de winkel.
He went to the store.
Hij ging naar de winkel.
to betray, to denounce, to give away, to grass, to rat, to shit, to shop, to snitch, to stag, to tell on {ww.}
bescheten
beschijten

I shop
you shop
we shop

ik beschijt
jij beschijt
wij beschijten
» meer vervoegingen van beschijten

to betray, to denounce, to give away, to grass, to rat, to shit, to shop, to snitch, to stag, to tell on {ww.}
verlullen

I shop
you shop
we shop

ik verlul
jij verlult
wij verlullen
» meer vervoegingen van verlullen

to betray, to denounce, to give away, to grass, to rat, to shit, to shop, to snitch, to stag, to tell on {ww.}
verklappen
verraden

I shop
you shop
we shop

ik verklap
jij verklapt
wij verklappen
» meer vervoegingen van verklappen

to betray, to denounce, to give away, to grass, to rat, to shit, to shop, to snitch, to stag, to tell on {ww.}
loslaten

I shop
you shop
we shop

ik laat los
jij laat los
wij laten los
» meer vervoegingen van loslaten

to betray, to denounce, to give away, to grass, to rat, to shit, to shop, to snitch, to stag, to tell on {ww.}
klikken
klappen

I shop
you shop
we shop

ik klik
jij klikt
wij klikken
» meer vervoegingen van klikken


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

She works in world shop.

Ze werkt in een wereldwinkel.

He went to the shop.

Hij ging naar de winkel.

She works in a Fair Trade Shop.

Ze werkt in een wereldwinkel.

She bought a book at the shop.

Ze kocht een boek in de winkel.

Mr. Spencer works in a shop.

Meneer Spencer werkt in een winkel.

There is a flower shop near by.

Er is een bloemenwinkel in de buurt.

She works in an Oxfam shop.

Ze werkt in een wereldwinkel.

I had my hair cut at a barber's shop.

Ik liet mijn haar knippen bij de kapper.

Do you know what time the shop is closed?

Weet je om hoe laat de winkel sluit?

You are expected to dress well for this shop.

Je dient je correct te kleden voor deze winkel.

The shop had sold out its stock of that magazine.

De winkel had dat tijdschrift niet meer, het was uitverkocht.

Mr Hobson shut the shop and went home.

Mijnheer Hobson sloot de winkel en ging naar huis.


Gerelateerd aan shop

store - boutique - betray - denounce - give away - grass - rat - shit - snitch - stag - tell onbegrime - uncloak - announce - betray