Vertaling van store

Inhoud:

Engels
Nederlands
to store {ww.}
opslaan

I store
you store
we store

ik sla op
jij slaat op
wij slaan op
» meer vervoegingen van opslaan

to store, to stack, to warehouse, to stash {ww.}
opslaan
stapelen

I store
you store
we store

ik sla op
jij slaat op
wij slaan op
» meer vervoegingen van opslaan

to store {ww.}
opslaan
zich voorzien van

I store
you store
we store

ik sla op
jij slaat op
wij slaan op
» meer vervoegingen van opslaan

store {zn.}
opbergruimte
stapelplaats
store, warehouse {zn.}
depot [o]
entrepot [o]
opslagplaats
veem
to conserve, to keep, to maintain, to preserve, to cache, to save, to store {ww.}
behouden 
bergen 
bewaren 
conserveren 
onderhouden 
overhouden

I store
you store
we store

ik behoud
jij behoudt
wij behouden
» meer vervoegingen van behouden

to stock, to store {ww.}
opslaan

I store
you store
we store

ik sla op
jij slaat op
wij slaan op
» meer vervoegingen van opslaan

to deposit, to file, to lodge, to store {ww.}
in bewaring geven
afgeven 
deponeren
inleggen

I store
you store
we store

ik geef af
jij geeft af
wij geven af
» meer vervoegingen van afgeven

supply, resource, stock, store, administration {zn.}
provisie [v]
voorziening  [v]
pantry, store, storehouse, storeroom {zn.}
magazijn
provisiekamer
provisiekast
voorraadkamer
boutique, shop, store {zn.}
winkel 
zaak 
boetiek
The store deals in vegetables.
De winkel verkoopt groenten.
He went to the shop.
Hij ging naar de winkel.
put away, waive, stow, store, stow away {zn.}
wegleggen
bewaren 
bergen 
opbergen 
wegzetten
shop, store {zn.}
zaak 
depository, storage, store, storehouse, warehouse {zn.}
bergplaats [v]
schuur
box-room, storage room, cache, store {zn.}
bergplaats [v]
bergruimte [v]
bewaarplaats [v]
opslag
opslagplaats
warehouse, store, department store {zn.}
magazijn
pakhuis

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

He was at the store.

Hij was in de winkel.

The store deals in vegetables.

De winkel verkoopt groenten.

He went to the store.

Hij ging naar de winkel.

I went to a shoe store yesterday.

Ik ging gisteren naar de schoenenwinkel.

What did she buy at that store?

Wat kocht ze in die winkel?

He went shopping at a department store.

Hij ging boodschappen doen in een warenhuis.

Stamps are not sold in this store.

In deze winkel worden geen postzegels verkocht.

He dashed out of the store.

Hij stormde uit de winkel.

Do they sell notebooks at that store?

Verkopen ze schriften in die winkel?

She bought this pen at that store.

Ze heeft deze pen bij die winkel gekocht.

I saw him enter the store.

Ik zag hem de winkel binnengaan.

I bought new shoes at the shoe store.

Ik heb nieuwe schoenen gekocht bij de schoenenwinkel.

"I'm in an Armani store buying a suit, of course," Dima replied.

"Ik ben in een Armaniwinkel een pak aan het kopen, natuurlijk," antwoordde Dima.

Thankfully, there was an Armani store just outside the alley where Dima had slept.

Gelukkig was er een Armaniwinkel vlakbij het steegje waar Dima had geslapen.

I went to the department store to do some shopping yesterday.

Gisteren ben ik naar het warenhuis geweest om inkopen te doen.


Gerelateerd aan store

stack - warehouse - stash - conserve - keep - maintain - preserve - cache - save - stock - deposit - file - lodge - supply - resource