Vertaling van to drink
I drink
you drink
we drink
ik drink
jij drinkt
wij drinken
» meer vervoegingen van drinken
pimpelen
I drink
you drink
we drink
ik drink
jij drinkt
wij drinken
» meer vervoegingen van drinken
klinken
aanstoten
proosten
toosten
I drink
you drink
we drink
ik toast
jij toast
wij toasten
» meer vervoegingen van toasten
I drink
you drink
we drink
ik drink
jij drinkt
wij drinken
» meer vervoegingen van drinken
I drink
you drink
we drink
ik drink toe
jij drinkt toe
wij drinken toe
» meer vervoegingen van toedrinken
I drink
you drink
we drink
ik drink
jij drinkt
wij drinken
» meer vervoegingen van drinken
uitdrinken
opdrinken
I drink
you drink
we drink
ik zuip op
jij zuipt op
wij zuipen op
» meer vervoegingen van opzuipen
doorhalen
I drink
you drink
we drink
ik zak door
jij zakt door
wij zakken door
» meer vervoegingen van doorzakken
Voorbeelden in zinsverband
I used to drink beer.
Ik was gewend om bier te drinken.
I want something to drink.
Ik wil iets om te drinken.
My girlfriend also loves to drink.
Mijn vriendin houdt er ook van om te drinken.
She gave him something hot to drink.
Ze gaf hem wat warms te drinken.
Do you want something to drink?
Wil je iets te drinken?
I want something cold to drink.
Ik wil iets kouds om te drinken.
Give me something cold to drink.
Geef me iets koud om te drinken.
I would like something to drink.
Ik zou graag iets te drinken hebben.
The water is not fit to drink.
Het water is niet drinkbaar.
I would like to drink a coffee.
Ik zou een koffie willen drinken.
I want to drink something cold.
Ik wil iets kouds drinken.
Would you like something to drink?
Wil je iets te drinken?
This miso soup is too hot to drink.
Deze miso soep is te heet om te drinken.