Vertaling van wish

Inhoud:

Engels
Nederlands
to wish, to wish well {ww.}
toedragen

I wish
you wish
we wish

ik draag toe
jij draagt toe
wij dragen toe
» meer vervoegingen van toedragen

to wish {ww.}
wensen

I wish
you wish
we wish

ik wens
jij wenst
wij wensen
» meer vervoegingen van wensen

I wish he were on our team.
Ik zou me wensen, dat hij in onze team zou zijn.
to wish {ww.}
wensen
toewensen

I wish
you wish
we wish

ik wens
jij wenst
wij wensen
» meer vervoegingen van wensen

to desire, to wish, to want, to be anxious {ww.}
verlangen
wensen 
trek hebben in
verkiezen
begeren 

I wish
you wish
we wish

ik verlang
jij verlangt
wij verlangen
» meer vervoegingen van verlangen

We all desire success.
We verlangen allemaal naar succes.
Don't confuse desire with love.
Verwar verlangen niet met liefde.
to be willing to, to want, to wish {ww.}
willen 

I wish
you wish
we wish

ik wil
jij wil
wij willen
» meer vervoegingen van willen

We want complete sentences.
We willen volledige zinnen.
They want to become rich.
Zij willen rijk worden.
to wish, to wish well {ww.}
gunnen

I wish
you wish
we wish

ik gun
jij gunt
wij gunnen
» meer vervoegingen van gunnen

desire, want, wish {zn.}
wens
verlangen
zin  [m]
lust
zucht [v]
begeerte  [v]
I have but one wish.
Ik heb maar een wens.
The desire is the father of the thought.
De wens is de vader van de gedachte.
will, willingness, wish {zn.}
wil 
zin  [m]
His wish is to go to America.
Hij wil naar Amerika gaan.
Will you marry me?
Wil je met me trouwen?
want, wish, wishing {zn.}
wens [m] (de ~)
His wish was realized at last.
Zijn wens werd uiteindelijk vervuld.
This day, my greatest wish was realized.
Deze dag werd mijn liefste wens vervuld.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

I wish I were taller.

Ik had graag groter willen zijn.

I have but one wish.

Ik heb maar een wens.

I wish you were dead!

Ik wou dat je dood was!

I wish I could swim.

Ik wou dat ik kon zwemmen.

I wish you spoke Spanish.

Ik wou dat je Spaans sprak.

I wish I were rich.

Ik wenste dat ik rijk was.

I wish I could go.

Ik wou dat ik meekon.

I wish he were here now.

Ik wou dat hij hier was nu.

I wish this job was over.

Ik wou dat dit werk voorbij was.

I wish I had seen her.

Ik wou dat ik haar gezien had.

This day, my greatest wish was realized.

Deze dag werd mijn liefste wens vervuld.

I wish it would stop raining.

Ik wou dat het ophield met regenen.

My wish is to conquer this mountain.

Mijn wens is om deze berg te bedwingen.

I wish I were young again.

Ik zou willen opnieuw jong zijn.

Do you wish me to help?

Wilt ge dat ik u help?


Gerelateerd aan wish

wish well - desire - want - be anxious - be willing to - will - willingness - wishingexperience - desire - say - utterance