Vertaling van tree
boomstructuur
boomdiagram
Voorbeelden in zinsverband
Who planted the tree?
Wie heeft de boom geplant?
He climbed down from the tree.
Hij klom uit de boom naar beneden.
He stuck his knife into the tree.
Hij stak zijn mes in de boom.
I tied my dog to the tree in the yard.
Ik bond mijn hond aan de boom in de tuin vast.
Tonight, we had fun drawing up our family tree together.
Vanavond hebben we plezier gehad met het samen opstellen van onze stamboom.
I planted an apple tree in my garden.
Ik heb een appelboom geplant in mijn tuin.
I tied my dog to a tree in the garden.
Ik heb mijn hond vastgebonden aan een boom in de tuin.
I planted an apple tree in my yard.
Ik heb een appelboom geplant in mijn tuin.
A monkey is climbing up a tall tree.
Een aap beklimt een hoge boom.
I saw a young man lying on the bench under the cherry tree in the park.
Ik zag een jonge men liggen op de bank onder de kerselaar in het park.