Vertaling van woman

Inhoud:

Engels
Nederlands
woman, broad, dame, female, lady, sheila {zn.}
vrouw  [v]
vrouwmens
vrouwspersoon
The woman is fat.
De vrouw is dik.
Who is this woman?
Wie is deze vrouw?
adult female, woman {zn.}
vrouw [v] (de ~)
tante
mevrouw [v] (de ~)
juffrouw
dame [v] (de ~)
You're a beautiful woman.
Je bent een mooie vrouw.
The woman is reading.
De vrouw is aan het lezen.
char, charwoman, cleaning lady, cleaning woman, woman {zn.}
werkster [v] (de ~)
werkvrouw [v] (de ~)
poetsvrouw
kuisvrouw [v] (de ~)
interieurverzorgster
interieurverzorger

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

The woman is fat.

De vrouw is dik.

The woman is reading.

De vrouw is aan het lezen.

Who is this woman?

Wie is deze vrouw?

You're a beautiful woman.

Je bent een mooie vrouw.

The beautiful woman is kind.

De mooie vrouw is vriendelijk.

The woman awakens the girl.

De vrouw maakt het meisje wakker.

I heard a woman scream.

Ik hoorde een vrouw schreeuwen.

I met an old woman.

Ik kwam een oude vrouw tegen.

The woman is almost deaf.

De vrouw is bijna doof.

The old woman got off the bus.

De oude vrouw ging de bus uit.

Never compare your wife to another woman.

Vergelijk nooit je vrouw met een andere vrouw.

Who's that woman standing over there?

Wie is die vrouw die daar staat?

His daughter has become a pretty woman.

Zijn dochter is een mooie vrouw geworden.

Rosa Montero is an extraordinary woman.

Rosa Montero is een heel bijzondere vrouw.

Where did you see this woman?

Waar heeft u deze vrouw gezien?


Gerelateerd aan woman

broad - dame - female - lady - sheila - adult female - char - charwoman - cleaning lady - cleaning womanindividual - cleaner - bosom