Vertaling van con

Inhoud:

Spaans
Nederlands
con {vz.}
met 
samen met 
por medio de, por, con {vz.}
door 
met 
per


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Quédate con nosotros.

Blijf bij ons.

Alemania colinda con Holanda.

Duitsland grenst aan Nederland.

¿Puedo hablar con Pedro?

Kan ik met Pedro spreken?

¿Puedo ayudarla con algo?

Kan ik u met iets helpen?

¿Con quién viniste?

Met wie ben je gekomen?

¿Estás enojado con Tom?

Ben je boos op Tom?

Se armaron con pistolas.

Ze bewapenden zich met geweren.

Sí, con gusto.

Ja, graag.

Vivo con mis padres.

Ik woon samen met mijn ouders.

Le encontramos con vida.

We hebben hem leven gevonden.

Soñé con él.

Ik heb over hem gedroomd.

Hablé con amigos.

Ik heb met vrienden gesproken.

¿Ella vino con él?

Is ze met hem gekomen?

Con ducha/con baño

Met douche/ Met badkamer

Me quemé con agua hirviendo.

Ik heb mezelf verbrand aan kokend water.


Gerelateerd aan con

por medio de - por