Vertaling van cruce

Inhoud:

Spaans
Nederlands
cruce [m] (el ~) {zn.}
kruispunt [o]
kruising [v]
viersprong [m]
wegkruising [v]
Gira a la derecha en el cruce.
Sla rechtsaf aan het kruispunt.
bifurcación [v] (la ~), cruce [m] (el ~) {zn.}
tweesprong
splitsing
wegsplitsing [v]
cruzar {ww.}

kruisen

yo crucé

ik kruiste
» meer vervoegingen van kruisen

atravesar, cruzar {ww.}
oversteken

yo crucé

ik stak over
» meer vervoegingen van oversteken



Gerelateerd aan cruce

bifurcación - cruzar - atravesar