Vertaling van harto

Inhoud:

Spaans
Nederlands
fastidiar, cansar, cargar, hartar {ww.}
vervelen 
tegenstaan
vermoeien
ergeren

yo harto
él/ella hartó

ik verveel
hij/zij/het verveelde
» meer vervoegingen van vervelen



Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Estoy harto de escuchar sus quejas.

Ik ben het beu om naar haar gezaag te luisteren.

Estoy harto de todas sus quejas.

Ik ben al zijn klachten moe.

Tom se cortó el dedo y está sangrando harto.

Tom heeft in zijn vinger gesneden en het bloedt behoorlijk.

La última vez que fumé fue hace harto más que un año.

De laatste keer dat ik heb gerookt was ruim een jaar geleden.


Gerelateerd aan harto

fastidiar - cansar - cargar - hartar