Vertaling van lejos

Inhoud:

Spaans
Nederlands
lejos {bw.}
achteraf 
afgelegen 
ver 
lejos, fuera {bw.}
heen
over 
vandoor
verwijderd
voort
weg 

Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Lejos

Ver (weg)

Has ido demasiado lejos.

Je bent te ver gegaan!

No está tan lejos.

Het is niet zo ver.

¿Está lejos de aquí?

Is het hier ver vandaan?

Sudáfrica está lejos.

Zuid-Afrika is ver weg.

No está lejos del hotel.

Het is niet ver van het hotel.

No está lejos de París.

Het is niet ver van Parijs.

Estás llevando esto demasiado lejos.

Je draaft een beetje door.

¿Qué tan lejos está de aquí?

Hoe ver is het van hier?

Vimos otro barco a lo lejos.

We zagen nog een schip in de verte.

¿Tu colegio está lejos de tu casa?

Is uw school ver van uw huis?

Esta es por lejos la mejor.

Dit is veruit de beste.

Él vive muy lejos de mi casa.

Hij woont ver van mijn huis.

Su casa no está lejos de aquí.

Zijn huis is niet ver van hier.

Vi una casa a lo lejos.

Ik zag een huis in de verte.


Gerelateerd aan lejos

fuera