Vertaling van fuera

Inhoud:

Spaans
Nederlands
fuera {bw.}
buiten 
daarbuiten
uiterlijk
lejos, fuera {bw.}
heen
over 
vandoor
verwijderd
voort
weg 
ir {ww.}
gaan 
lopen 
verlopen
van stapel lopen
zich begeven
¿Debo ir ahora?
Moet ik nu gaan?
¿Tengo que ir enseguida?
Moet ik onmiddellijk gaan?
ir en vehículo, ir {ww.}
gaan 
rijden
karren
varen 
Me debería ir.
Ik moet gaan.
La dejó ir.
Ze liet haar gaan.
ser, estar {ww.}
zijn 
wezen
Ella parece estar feliz.
Ze lijkt gelukkig te zijn.
Deben de estar esperándote.
Ze zijn vast op je aan het wachten.

Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Estamos fuera de peligro.

We zijn buiten gevaar.

Ojalá fuera más alta.

Ik had graag groter willen zijn.

Un pez fuera del agua.

Een vis op het droge.

Habla japonés como si fuera japonés.

Hij spreekt Japans als een Japanner.

Ojalá yo fuera joven de nuevo.

Ik zou willen opnieuw jong zijn.

Entonces se encontró fuera de peligro.

Ze was nu buiten gevaar.

Se dice que fuera muy rico.

Ze zeggen dat hij erg rijk was.

Si yo fuera tú, haría lo mismo.

Als ik jou was, zou ik hetzelfde doen.

No haría eso si fuera tú.

Dat zou ik niet doen als ik jou was.

Este teléfono está fuera de servicio.

Deze telefoon doet het niet.

Ojalá yo fuera joven de nuevo.

Ik zou willen opnieuw jong zijn.

El niño habla como si fuera un hombre.

De jongen spreekt alsof hij een man is.

Por desgracia, no creo que yo fuera de mucha ayuda.

Spijtig genoeg denk ik dat ik niet veel zou kunnen helpen.

Eso está fuera de mi campo de estudio.

Dat is buiten mijn studiegebied.

Si yo fuera un pájaro volaría hasta ti.

Als ik een vogel was, zou ik naar jou toe vliegen.


Gerelateerd aan fuera

lejos - ir - ir en vehículo - ser - estar