Vertaling van ser

Inhoud:

Spaans
Nederlands
ser, estar {ww.}
zijn 
wezen
Ella parece estar feliz.
Ze lijkt gelukkig te zijn.
Deben de estar esperándote.
Ze zijn vast op je aan het wachten.
ente [m] (el ~), ser [m] (el ~) {zn.}
zijn 
wezen [o]
wezenheid [v]
¡¡No quiero ser patético, quiero ser guay!!
Ik wil geen stumper zijn, ik wil cool zijn!!
Puede ser útil.
Het kan nuttig zijn.


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

¡¡No quiero ser patético, quiero ser guay!!

Ik wil geen stumper zijn, ik wil cool zijn!!

¡No puede ser!

Dat kan niet waar zijn!

Mary quiere ser maestra.

Mary wil lerares worden.

No pretendo ser egoísta.

Het is niet mijn bedoeling om zelfzuchtig te zijn.

Él aparentaba ser doctor.

Hij deed alsof hij een dokter was.

Todos quieren ser felices.

Iedereen wil gelukkig zijn.

No puede ser cierto.

Dat kan niet waar zijn.

Solíamos ser amigos cercanos.

Vroeger waren we dikke vrienden.

Ser loco es saludable.

Gek zijn is gezond.

Desearía ser rica.

Ik wenste dat ik rijk was.

¿Qué vas a ser?

Wat zult ge worden?

Preferiría ser un pájaro a ser un pez.

Ik zou liever een vogel dan een vis zijn.

Él dijo: "Quiero ser científico".

Hij zei: "Ik wil wetenschapper worden."

Un hombre debe ser honesto.

Een man moet eerlijk zijn.

Esa silla necesita ser reparada.

Deze stoel moet gerepareerd worden.


Gerelateerd aan ser

estar - ente