Vertaling van llevar

Inhoud:

Spaans
Nederlands
llevar {ww.}
meenemen
medebrengen
medenemen
meebrengen
bijeenbrengen 
¿Qué tengo que llevar?
Wat moet ik meenemen?
llevar, tener puesto {ww.}
dragen 
voorhebben
ophebben
aanhebben
Acostumbramos a llevar zapatos.
We zijn het gewend om schoenen te dragen.
No puedo llevar esta maleta solo.
Ik kan deze koffer niet zelf dragen.
llevar {ww.}
dragen 
brengen 
voorhebben
voeren 
Tengo que llevar al gato al veterinario hoy.
Ik moet vandaag de kat naar de dierenarts brengen.
cargar, llevar {ww.}
in rekening brengen
berekenen 

Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Acostumbramos a llevar zapatos.

We zijn het gewend om schoenen te dragen.

¿Qué tengo que llevar?

Wat moet ik meenemen?

¿Para servir o para llevar?

Is het om hier te eten, of om mee te nemen?

No puedo llevar esta maleta solo.

Ik kan deze koffer niet zelf dragen.

Tengo que llevar al gato al veterinario hoy.

Ik moet vandaag de kat naar de dierenarts brengen.

No olvides llevar un paraguas en caso de que llueva.

Vergeet geen paraplu mee te nemen voor het geval dat het regent.

Mi sueño es llevar una vida tranquila en el campo.

Ik droom van een rustig leven op het platteland.


Gerelateerd aan llevar

tener puesto - cargar