Vertaling van media

Inhoud:

Spaans
Nederlands
media [m] (el ~) {zn.}
kous [v]
mediar {ww.}
bemiddelen 

él/ella media

hij/zij/het bemiddelt
» meer vervoegingen van bemiddelen

componer, conciliar, mediar {ww.}
rijmen

él/ella media

hij/zij/het rijmt
» meer vervoegingen van rijmen

medir, tomar la medida {ww.}
uitmeten
roeien
opnemen 
opmeten
afmeten
meten


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

"¿Qué hora es?" "Son las diez y media."

"Hoe laat is het?" "Het is half elf."

¿Cuántas veces por minuto parpadea de media una persona?

Hoe vaak knippert een mens gemiddeld per minuut met zijn ogen?

La escuela empieza a las ocho y media.

De school begint om half negen.


Gerelateerd aan media

mediar - componer - conciliar - medir - tomar la medida