Vertaling van monte

Inhoud:

Spaans
Nederlands
baceta, monte [m] (el ~) {zn.}
talon
stok
montaña [v] (la ~), monte [m] (el ~) {zn.}
berg  [m]
Mira esta montaña tan alta.
Bekijk deze hoge berg.
Voy a la montaña.
Ik ga naar de berg.
montar {ww.}
instappen

yo monté

ik stapte in
» meer vervoegingen van instappen

entrar, montar {ww.}
binnengaan 
ingaan
binnenlopen

yo monté

ik ging binnen
» meer vervoegingen van binnengaan

Los vi entrar al banco.
Ik heb hen de bank zien binnengaan.
Lo vi entrar en el cuarto.
Ik zag hem de kamer binnengaan.
montar {ww.}
zetten 
monteren 

yo monté

ik zette
» meer vervoegingen van zetten

cabalgar, montar {ww.}
rijden

yo monté

ik reed
» meer vervoegingen van rijden

subir, montar, subir a, ascender, ascender a, ascender al {ww.}
bestijgen 
stijgen
naar boven gaan
rijzen
klimmen

yo monté

ik besteeg
» meer vervoegingen van bestijgen

montar {ww.}
bestijgen 
opgaan
begaan 

yo monté

ik besteeg
» meer vervoegingen van bestijgen

montar, cabalgar {ww.}
berijden 

yo monté

ik bereed
» meer vervoegingen van berijden



Gerelateerd aan monte

baceta - montaña - montar - entrar - cabalgar - subir - subir a - ascender - ascender a - ascender al