Vertaling van oído
yo he oído
tú has oído
él/ella ha oído
ik heb gehoord
jij hebt gehoord
hij/zij/het heeft gehoord
» meer vervoegingen van horen
Voorbeelden in zinsverband
¿Has oído de él?
Hebt ge iets over hem gehoord?
Jamás he oído de este actor.
Ik heb nog nooit van deze acteur gehoord.
Él puso su oído contra la pared.
Hij drukte zijn oor tegen de muur.
¿Alguna vez la has oído cantar en el escenario?
Hebt ge haar al horen zingen op een podium?
Es la idea más absurda que he oído nunca.
Dat is het meest absurde idee dat ik ooit heb gehoord.
He oído que eres una buena jugadora de tenis.
Ik heb gehoord dat je een goede tennisspeler bent.
–Dima... –dijo Al-Sayib– Ésa es la cosa más ridícula que he oído en mi vida.
"Dima..." zei Al-Sayib, "dat is het belachelijkste wat ik ooit heb gehoord."