Vertaling van quien

Inhoud:

Spaans
Nederlands
quien, que {vr. vnw.}
wie 
welk 
welke

Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Quien calla otorga.

Wie zwijgt, stemt toe.

Quien no arriesga, no gana.

Wie niet waagt, wie niet wint.

Puedes invitar a quien quieras.

Je mag uitnodigen wie je wilt.

Quien siembra vientos, recoge tempestades.

Wie wind zaait, zal storm oogsten.

Puedes traer a quien quieras.

Je mag wie je maar wilt meenemen.

Puedes traer a quien quieras.

Je mag meebrengen wie je maar wil.

Necesito alguien con quien hablar.

Ik heb nood aan iemand om met te praten.

A quien madruga, Dios ayuda.

Morgenstond heeft goud in de mond.

Hay alguien con quien deseo hablar primero.

Er is iemand met wie ik eerst wil praten.

Fue Marie Curie quien descubrió el radio.

Het was Marie Curie die radium ontdekte.

Voy a invitar a quien quiera venir.

Ik nodig iedereen uit die wil komen.

Dile que sé quien es ella.

Zeg haar dat ik weet wie zij is.

Quiero a alguien con quien hablar.

Ik wil iemand om mee te praten.

Nunca critiques a quien no está presente para defenderse.

Spreek geen kwaad van anderen achter hun rug om.

Quien se daña su nariz se daña su cara.

Wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht.


Gerelateerd aan quien

que