Vertaling van vivo

Inhoud:

Spaans
Nederlands
vivo, turbulento {bn.}
levendig
vivo {bn.}
levend
vivir {ww.}
leven 

yo vivo

ik leef
» meer vervoegingen van leven

Vive y deja vivir.
Leven en laten leven.
Aprendí a vivir sin ella.
Ik heb geleerd te leven zonder haar.


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Vivo en un departamento.

Ik woon in een appartement.

Vivo en Tokio.

Ik woon in Tokio.

Yo vivo en Hyogo.

Ik woon in Hyogo.

Yo vivo en Hyogo.

Ik woon in Hyogo.

Vivo con mis padres.

Ik woon samen met mijn ouders.

Vivo en Japón.

Ik woon in Japan.

Ahora vivo en Kioto.

Ik woon nu in Kyoto.

Yo vivo aquí.

Ik woon hier.

Vivo en la planta baja.

Ik woon gelijkvloers.

Vivo y trabajo en México.

Ik woon en werk in Mexico.

Vivo en la planta baja.

Ik woon gelijkvloers.

Yo mantendré vivo al pez.

Ik zal de vissen in leven houden.

Tom apenas seguía vivo cuando lo encontramos.

Tom was nauwelijks nog in leven toen we hem vonden.

"¿Dónde vives tú?" "Yo vivo en Tokyo."

"Waar woon jij?" "Ik woon in Tokio."

Vivo o muerto, siempre te amaré.

Levend of dood, ik zal altijd van je blijven houden.


Gerelateerd aan vivo

turbulento - vivir