Vertaling van Marie

Inhoud:

Frans
Nederlands
Marie, Mariette {zn.}
Marie
Maria
Marjon
Mariëtte
Mariëlle
Marieke
Maaike
Maai
Marie comprend le chinois.
Maria verstaat Chinees.
Marie a besoin d'une douzaine d'œufs.
Marie heeft een dozijn eieren nodig.
marié {bn.}
gehuwd
getrouwd 
marier {ww.}
trouwen 
uithuwelijken
in de echt verbinden

je marie
il/elle marie

ik trouw
hij/zij/het trouwt
» meer vervoegingen van trouwen

Tu es trop jeune pour te marier.
Je bent te jong om te trouwen.
Il n'a pas les moyens de se marier.
Hij kan het zich niet veroorloven om te trouwen.
marier {ww.}
trouwen 
in het huwelijk treden

je marie
il/elle marie

ik trouw
hij/zij/het trouwt
» meer vervoegingen van trouwen

J'ai essayé de convaincre un ami de ne pas se marier.
Ik probeerde een vriend van me te overtuigen niet te trouwen.


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

Marie est un oursin.

Mary is een zeeëgel.

Va réveiller Marie.

Ga Mary wakker maken.

Marie comprend le chinois.

Maria verstaat Chinees.

Tom est tyrannisé par Marie.

Tom wordt gepest door Mary.

Marie commença à se déshabiller.

Mary begon haar kleren uit te trekken.

Marie veut balayer la maison.

Mary wil het huis vegen.

Marie transporte un melon d'eau.

Mary draagt een watermeloen.

Marie a peur des araignées.

Mary is bang voor spinnen.

Je pense que Marie veut devenir professeur.

Mary wil lerares worden.

Marie croit au pouvoir de l'amour.

Mary gelooft in de kracht van de liefde.

Marie n'épargnera rien pour atteindre son objectif.

Mary stopt voor niets of niemand om haar doel te bereiken.

Marie fait la cuisine sans sel.

Mary kookt zonder zout.

Marie et moi prévoyons avoir deux enfants.

Mary en ik zijn van plan twee kinderen te krijgen.

Marie a besoin d'une douzaine d'œufs.

Marie heeft een dozijn eieren nodig.

Tom et Marie aiment les vieux films.

Tom en Mary houden allebei van oude films.


Gerelateerd aan Marie

Mariette - marié - marier