Vertaling van ajourner

Inhoud:

Frans
Nederlands
ajourner, différer, reculer, renvoyer, retarder, suspendre {ww.}
verschuiven
uitstellen
verdagen
aanhouden 
reporter, suspendre, reculer, différer, retarder, remettre, ajourner, atermoyer, postposer, proroger, repousser, surseoir, temporiser
vertragen
uitstellen
verdagen
opschorten
talmen
opschuiven
rekken
verschuiven