Vertaling van assister

Inhoud:

Frans
Nederlands
assister, assister à, être présent {ww.}
aanwezig zijn bij
bijwonen 
aanwezig zijn
aider, assister, secourir {ww.}
helpen 
ter zijde staan
bijstaan 
assisteren 
Puis-je aider ?
Kan ik helpen?
Nous pouvons vous aider.
Wij konnen je helpen.
aider, assister, secourir {ww.}
helpen 
ter zijde staan
bijstaan 
baten 
Venez nous aider.
Kom ons helpen.
Puis-je vous aider ?
Kan ik u helpen?

Gerelateerd aan assister

assister à - être présent - aider - secourir