Vertaling van identifier
Inhoud:
Frans
Nederlands
identifier, situer {ww.}
vereenzelvigen
identificeren
identificeren
distinguer, dégager, identifier, reconnaître {ww.}
onderscheiden
onderscheid maken tussen
onderkennen
onderscheid maken tussen
onderkennen
Vous devez éduquer votre langue pour distinguer le bon café du mauvais
Je moet je tong leren om goede koffie van slechte te onderscheiden.