Vertaling van ils
Inhoud:
Frans
Nederlands
Voorbeelden in zinsverband
Frans
Nederlands
Ils sont avec moi.
Ze horen bij mij.
Ils voient Dan.
Zij zien Dan.
Ils sont restés amis.
Ze bleven vrienden.
Ils l'appellent Jim.
Ze noemen hem Jim.
Ils s'armèrent de fusils.
Ze bewapenden zich met geweren.
Ils sont chanteurs.
Zij zijn zangeressen.
Ils veulent devenir riches.
Zij willen rijk worden.
Ils ne donnent rien.
Zij geven niets.
Ils abandonnèrent leur pays.
Ze verlieten hun land.
Ils me tueront.
Ze zullen me doden.
Ils mangent des pommes.
Ze zijn appels aan het eten.
Ils vivent à proximité.
Ze wonen in de buurt.
Ils n'avaient guère à manger.
Ze hadden niet veel om te eten.
Ils ne tomberont jamais d'accord.
Ze zullen nooit akkoord gaan.
Ah, quand se reverront-ils ?
Ah, wanneer ontmoeten ze elkaar weer?