Vertaling van protéger

Inhoud:

Frans
Nederlands
assurer, garantir, protéger, abriter {ww.}
beschermen 
behoeden
Tu dois protéger ta famille.
Je moet je gezin beschermen.
On doit mettre un casque pour se protéger la tête.
Men moet een helm opzetten om het hoofd te beschermen.
garder, protéger {ww.}
hoeden
bewaren 
bewaken 
de wacht hebben
waken over

Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

Tu dois protéger ta famille.

Je moet je gezin beschermen.

On doit mettre un casque pour se protéger la tête.

Men moet een helm opzetten om het hoofd te beschermen.


Gerelateerd aan protéger

assurer - garantir - abriter - garder