Vertaling van lo

Inhoud:

Italiaans
Nederlands
i, il, gli, la, le, lo {lidw.}
de
het 
't


Voorbeelden in zinsverband

Italiaans
Nederlands

Lo sa che lo ami?

Weet hij dat je van hem houdt?

Distolse lo sguardo.

Hij keek weg.

Lo chiamano Jim.

Ze noemen hem Jim.

Lo chiamerò stasera.

Ik zal hem vanavond bellen.

Perché lo chiedi?

Waarom vraagt u dat?

Lo hai sentito?

Hebt ge iets over hem gehoord?

Non dimenticate lo scontrino.

Vergeet de kassabon niet.

Non lo capisco.

Dat versta ik niet.

Chiunque lo sa.

Iedereen weet dat.

Non lo vuoi sapere!

Je wil het niet weten!

Lui non lo sapeva.

Hij wist dat niet.

Betty lo uccise.

Betty heeft hem gedood.

Lo trovammo vivo.

We hebben hem leven gevonden.

Lo ha schiaffeggiato.

Zij sloeg hem in het gezicht.

Lo vidi correre.

Ik heb hem zien rennen.


Gerelateerd aan lo

i - il - gli - la - le