Vertaling van loro

Inhoud:

Italiaans
Nederlands
essi, loro, esse {pers. vnw.}
ze
zij 
tu, voi, Lei, Loro {pers. vnw.}
u 
je
jij 
ge
gij
jullie
gijlieden
gijlui
gelui
jelui
jou


Voorbeelden in zinsverband

Italiaans
Nederlands

Loro mangiano un tramezzino.

Zij eten een boterham.

Chi sono loro?

Wie zijn zij?

Loro divennero molto nervose.

Ze werden erg nerveus.

Loro sono vegetariani.

Ze zijn vegetariërs.

Loro sono in palestra?

Zijn ze in de fitness?

Loro non saranno mai d'accordo.

Ze zullen nooit akkoord gaan.

Discutiamo il problema con loro.

Laten we het probleem met hen overleggen.

Non obbedirono ai loro genitori.

Ze gehoorzaamden hun ouders niet.

Hanno chiamato il loro figlio John.

Ze hebben hun zoon John genoemd.

La loro casa è molto moderna.

Hun huis is zeer modern.

I bambini devono obbedire ai loro genitori.

Kinderen moeten hun ouders gehoorzamen.

Il loro figlio si chiama John.

De naam van hun zoon is John.

Loro credono che Jane sia onesta.

Ze geloven dat Jane eerlijk is.

Hanno assunto una società di traslochi per trasportare le loro cose alla loro nuova abitazione.

Ze hebben een verhuisfirma gevraagd om hun eigendommen naar hun nieuwe woning te verhuizen.

A ciascuna di loro è stato dato un premio.

Ieder van hen kreeg een prijs.


Gerelateerd aan loro

essi - esse - tu - voi - Lei - Loro