Vertaling van daar

Inhoud:

Nederlands
Duits
aangezien, daar, omdat, vermits, want, wijl {vw.}
da
denn
weil
aldaar, daar, ginder, ginds, daarginds, d'r, er, 'r {bw.}
da
dort
daselbst
drüben
da drüben


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Duits

Is daar iemand?

Ist jemand da?

Er was niemand daar.

Es war niemand da.

Ik wilde daar naartoe gaan.

Ich wollte dort hingehen.

Wat is daar precies gebeurd?

Was ist da genau passiert?

Wil je daar frietjes bij?

Möchten Sie Pommes frites dazu?

Hij stond daar een tijdje.

Er stand dort eine Weile.

Wie is die man die daar staat?

Wer ist der Mann, der da drüben steht?

Ik wil dat hij daar naartoe gaat.

Ich will, dass er dorthin geht.

Hij gaat daar elke dag naartoe.

Er geht jeden Tag dorthin.

Er staat daar een gele roos.

Da ist eine gelbe Rose.

Ze zal daar nooit over spreken.

Sie wird nie darüber sprechen.

Zijn vader eet daar tweemaal per week.

Sein Vater isst dort zwei Mal pro Woche.

Ze is daar niet heen gegaan.

Sie ist nicht dort hingegangen.

Ben je daar echt in geïnteresseerd?

Interessierst du dich wirklich dafür?

Ze is daar gisteren naartoe gegaan.

Sie ist gestern dahin gegangen.


Gerelateerd aan daar

aangezien - omdat - vermits - want - wijl - aldaar - ginder - ginds - daarginds - d'r - er - 'r