Vertaling van gaan
tönen
läuten
gellen
wij gaan
jullie gaan
zij gaan
wir gellen
ihr gellt
sie gellen
» meer vervoegingen van gellen
wij gaan
jullie gaan
zij gaan
wir fahren
ihr fahrt
sie fahren
» meer vervoegingen van fahren
wij gaan
jullie gaan
zij gaan
wir gehen
ihr geht
sie gehen
» meer vervoegingen van gehen
wij gaan
jullie gaan
zij gaan
wir werden
ihr werdet
sie werden
» meer vervoegingen van werden
Voorbeelden in zinsverband
Vanavond gaan we dansen.
Heute Abend gehen wir tanzen.
Ik moet gaan slapen.
Ich muss schlafen gehen.
Zullen we gaan zwemmen?
Sollen wir schwimmen gehen?
Laat me alleen gaan.
Lass mich allein gehen.
We gaan morgen vertrekken.
Wir fahren morgen los.
Nou, laten we gaan.
Na gut, auf geht’s.
Hij wil naar Amerika gaan.
Sein Wunsch ist, nach Amerika zu gehen.
Ze zullen nooit akkoord gaan.
Sie werden niemals zustimmen.
Mag ik naar huis gaan?
Darf ich nach Hause gehen?
Wij moeten naar school gaan.
Wir müssen zur Schule gehen.
Laat ons vanmiddag gaan tennissen.
Lass uns heute Nachmittag Tennis spielen.
We gaan ze snel bezoeken.
Wir werden sie bald besuchen.
We gaan naar de bioscoop.
Wir gehen ins Kino.
Je hoeft daar niet heen te gaan.
Du brauchst nicht dorthin zu gehen.
Zou jij naar een balspel willen gaan?
Willst du zu einem Ballspiel gehen?