Vertaling van gebeuren

Inhoud:

Nederlands
Duits
aan de hand zijn, gebeuren, geschieden, voorkomen, voorvallen, vóórkomen {ww.}
geschehen
vorkommen
stattfinden
sich ereignen
passieren

zij gebeuren

sie kommen vor
» meer vervoegingen van vorkommen

Dat zal niet gebeuren.
Das wird nicht geschehen.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Duits

Dat zal niet gebeuren.

Das wird nicht geschehen.

De meeste ongelukken gebeuren dicht bij huis.

Die meisten Unfälle ereignen sich in der Nähe des eigenen Zuhauses.

Je kunt waarschijnlijk wel raden wat er gaat gebeuren.

Du kannst vermutlich erahnen, was indessen passiert.


Gerelateerd aan gebeuren

aan de hand zijn - geschieden - voorkomen - voorvallen - vóórkomen