Vertaling van voorvallen
Inhoud:
Nederlands
Duits
aan de hand zijn, gebeuren, geschieden, voorkomen, voorvallen, vóórkomen {ww.}
geschehen
vorkommen
stattfinden
sich ereignen
passieren
vorkommen
stattfinden
sich ereignen
passieren
hij/zij/het zal voorvallen
zij zult voorvallen
hij/zij/het zal voorvallen
er/sie/es wird vorkommen
sie werden vorkommen
er/sie/es würde vorkommen
» meer vervoegingen van vorkommen
Dat zal niet gebeuren.
Das wird nicht geschehen.